Gerelateerd aan Numeri 13:17
Gerelateerd aan Numeri 13:17
Richteren 1:9
Toen trokken ze verder om de strijd aan te binden tegen de Kanaänieten die in het bergland woonden, in de Negev en in het heuvelland.
Gerelateerd aan Numeri 13:17
Genesis 12:9
Steeds verder reisde Abram, in de richting van de Negev.
Gerelateerd aan Numeri 13:17
Richteren 1:15
'Geef me toch een geschenk waar ik wat aan heb, 'antwoordde ze. 'U hebt me dit dorre stuk land gegeven, geef me dan ook bronnen.' Hierop gaf Kaleb haar zowel de hoog- als de laaggelegen bronnen.
Gerelateerd aan Numeri 13:17
Richteren 1:19
Met de hulp van de HEER maakte Juda zich meester van het bergland, maar het lukte niet om de bewoners van de laagvlakte te verdrijven, want die beschikten over ijzeren strijdwagens.
Gerelateerd aan Numeri 13:17
Genesis 13:1
Vanuit Egypte trok Abram, met zijn vrouw en zijn bezittingen, weer naar de Negev. Lot ging met hem mee.
Gerelateerd aan Numeri 13:17
Jozua 15:3
liep vervolgens zuidelijk langs de Schorpioenenpas, ging verder naar Sin en liep daarna ten zuiden van Kades-Barnea omhoog. Vervolgens liep de grens naar Chesron en ging hij verder omhoog naar Addar. Hij boog af naar Karka,
Gerelateerd aan Numeri 13:17
Numeri 13:29
In de Negev wonen Amalekieten, in het bergland Hethieten, Jebusieten en Amorieten, en aan de kust en langs de Jordaan wonen Kanaänieten.'
Gerelateerd aan Numeri 13:17
Genesis 14:10
In de Siddimvallei waren talloze aardpekbronnen. Toen de koningen van Sodom en Gomorra moesten vluchten, kwamen ze daarin terecht. De anderen vluchtten het gebergte in.
Gerelateerd aan Numeri 13:17
Deuteronomium 1:44
De Amorieten, die daar wonen, kwamen op u af en achtervolgden u als een zwerm bijen. Ze brachten u in het Seïrgebergte een verpletterende nederlaag toe en joegen u na tot aan Chorma.
Gerelateerd aan Numeri 13:17
Numeri 13:21
Ze gingen op weg en verkenden het land van de woestijn van Sin tot aan Rechob, bij Lebo-Hamat.
Gerelateerd aan Numeri 13:17
Numeri 14:40
De volgende morgen vroeg wilden ze de bergen in trekken. 'We zijn alsnog bereid om op te trekken naar de plaats waarover de HEER gesproken heeft, 'zeiden ze, 'we hebben gezondigd.'