Nehemia 7:3

NBV

3Ik zei tegen hen: 'Op het heetst van de dag mogen de poorten van Jeruzalem niet opengedaan worden, en nog tijdens hun dienst moeten de poortwachters de deuren sluiten. Vergrendel ze dan, en laat de inwoners van Jeruzalem wachtlopen, ieder op zijn post, ieder bij zijn eigen huis.'

SV

3En ik zeide tot hen: Laat de poorten van Jeruzalem niet geopend worden, totdat de zon heet wordt, en terwijl zij daarbij staan, laat hen de deuren sluiten, betast gij ze dan; en dat men wachten zette, inwoners van Jeruzalem, een iegelijk op zijn wacht, en een iegelijk tegenover zijn huis.

KJV

3And I said unto them, Let not the gates of Jerusalem be opened until the sun be hot; and while they stand by, let them shut the doors, and bar them: and appoint watches of the inhabitants of Jerusalem, every one in his watch, and every one to be over against his house.