Gerelateerd aan Nahum 2:13
Gerelateerd aan Nahum 2:13
Nahum 3:5
Daarom zal ik je straffen-spreekt de HEER van de hemelse machten. Ik zal je kleren optillen tot over je gezicht, je naaktheid aan alle volken tonen, je schaamte aan alle landen laten zien.
Gerelateerd aan Nahum 2:13
Psalmen 46:9
(46:10) wereldwijd bant hij oorlogen uit, bogen breekt hij, lansen verbrijzelt hij, wagens verbrandt hij in het vuur.
Gerelateerd aan Nahum 2:13
Jeremia 21:13
Jeruzalem, ik zal je straffen-spreekt de HEER -,jij die in een vallei gelegen bent, op geëffende rotsen gebouwd. Je inwoners denken: Wie zou ons kunnen aanvallen, wie zou onze huizen kunnen binnendringen?
Gerelateerd aan Nahum 2:13
2 Koningen 19:23
Bij monde van je boden heb je de Heer gehoond. Je zei: "Mijn strijdwagens brachten mij tot op de hoogste bergen, tot in de verste hoeken van de Libanon. Zijn hoogste ceders velde ik, zijn machtigste cipressen. Ik drong door tot in zijn verste schuilhoek, tot in zijn diepste woud.
Gerelateerd aan Nahum 2:13
Nahum 3:1
Wee de bloedstad, een en al leugen, vol oorlogsbuit, het roven houdt niet op.
Gerelateerd aan Nahum 2:13
2 Koningen 19:9
Maar toen Sanherib het gerucht opving dat koning Tirhaka van Nubië was uitgetrokken om de strijd met hem aan te binden, zond hij opnieuw gezanten naar Hizkia, met de opdracht:
Gerelateerd aan Nahum 2:13
Ezechiel 5:8
daarom-zegt God, de HEER -zal ik tegen jullie optreden en je voor de ogen van die volken straffen.
Gerelateerd aan Nahum 2:13
Jozua 11:9
En Jozua deed wat de HEER hem had opgedragen: hij liet hun paarden de pezen doorsnijden en hun strijdwagens verbranden.
Gerelateerd aan Nahum 2:13
Jesaja 49:24
‘Alsof een strijder zich zijn buit laat afnemen! Kunnen gevangenen soms ontkomen aan een tiran?’
Gerelateerd aan Nahum 2:13
Nahum 3:12
Je vestingsteden zijn als bomen vol rijpe vijgen: worden ze geschud, dan vallen ze de eter in de mond.
Gerelateerd aan Nahum 2:13
2 Kronieken 32:19
Ze spraken over de God van Jeruzalem in dezelfde bewoordingen als over de goden van de andere volken op aarde, die door mensenhanden zijn gemaakt.
Gerelateerd aan Nahum 2:13
Ezechiel 28:22
Zeg: "Dit zegt God, de HEER: Ik zal je straffen, Sidon! Zo zal ik mijn grootheid tonen. Ze zullen weten dat ik de HEER ben als ik Sidon straf, ik zal laten zien dat ik heilig ben.
Gerelateerd aan Nahum 2:13
Ezechiel 39:1
Mensenkind, profeteer tegen Gog, zeg: "Dit zegt God, de HEER: Ik zal je straffen, Gog, oppervorst van Mesech en Tubal.
Gerelateerd aan Nahum 2:13
Jesaja 37:36
Toen trok een engel van de HEER ten strijde en doodde in het kamp van de Assyriërs honderdvijfentachtigduizend man. De volgende ochtend zag men niets dan lijken liggen.
Gerelateerd aan Nahum 2:13
Ezechiel 26:3
Daarom zegt God, de HEER: Ik zal je straffen, Tyrus, ik zal een vloed van volken op je afsturen, ze zullen op je aanstormen als de golven van de zee!
Gerelateerd aan Nahum 2:13
2 Koningen 18:17
De koning van Assyrië stuurde vanuit Lachis drie hoogwaardigheidsbekleders, de tartan, de rabsaris en de rabsake, met een geweldig leger naar koning Hizkia in Jeruzalem. Zij trokken naar Jeruzalem op. Daar hielden ze halt bij de watertoevoer naar het bovenste waterbekken, aan de straat van het bleekveld,
Gerelateerd aan Nahum 2:13
Jesaja 31:8
Dan wordt Assyrië geveld, maar niet door het zwaard van een mens; het wordt verslonden, maar niet door een mensenzwaard. Assyrië zal voor het zwaard op de vlucht gaan en zijn jongemannen zullen dwangarbeid verrichten.
Gerelateerd aan Nahum 2:13
Ezechiel 35:3
Zeg: "Dit zegt God, de HEER: Ik zal je straffen, Seïrgebergte, ik zal mijn hand tegen je opheffen en een verlaten woestenij van je maken.
Gerelateerd aan Nahum 2:13
2 Koningen 18:19
De rabsake zei tegen hen: 'Zeg tegen Hizkia: "Dit zegt de grote koning, de koning van Assyrië: 'Waarop berust toch dat vertrouwen van u?
Gerelateerd aan Nahum 2:13
2 Koningen 18:27
Maar de rabsake antwoordde: 'Dacht u dat mijn heer mij gestuurd heeft om het woord uitsluitend tot uw heer en u te richten? Onze woorden zijn net zo goed bestemd voor de mensen daar op de muur, die binnenkort net als u hun eigen stront zullen eten en hun eigen pis zullen drinken.'
1
2