Gerelateerd aan Micha 4:11
Gerelateerd aan Micha 4:11
Obadja 1:12
Die dag had je je niet mogen verlustigen in de rampspoed die je broeder trof, je had je niet mogen verheugen over de ondergang van het volk van Juda, en op die dag van angst had je hen niet mogen bespotten.
Gerelateerd aan Micha 4:11
Micha 7:10
Zij die me haat zal het zien en beschaamd zijn, zij die me vroeg: 'Waar is hij dan, de HEER, je God?' Ik zal toekijken en genieten wanneer ze als straatvuil vertrapt wordt.
Gerelateerd aan Micha 4:11
Jesaja 5:25
Daarom ontsteekt de HEER in woede tegen zijn volk, hij heft zijn hand tegen hen op en slaat hen. De bergen beginnen te beven, de lijken liggen als vuil op straat. Maar nog is zijn woede niet bekoeld, nog is zijn hand tegen hen opgeheven.
Gerelateerd aan Micha 4:11
Joel 3:2
(4:2) zal ik alle volken bijeenbrengen en wegvoeren naar de vallei van Josafat om daar een oordeel over hen te vellen. Want zij hebben mijn volk Israël, mijn eigendom, onder vreemde volken verstrooid, ze hebben mijn land verdeeld
Gerelateerd aan Micha 4:11
Jesaja 8:7
zal de Heer de koning van Assyrië en zijn geweldige legermacht over hen uitstorten als de grote watermassa’s van de Eufraat: ze zullen buiten hun oevers treden en over alles heen stromen.
Gerelateerd aan Micha 4:11
Klaagliederen 2:15
Allen die voorbijgaan wringen de handen als ze jou zien; ze sissen van afschuw, schudden meewarig het hoofd over Jeruzalem: ‘Is dit nu die stad, volmaakt van schoonheid, vreugde voor de wereld?’
Gerelateerd aan Micha 4:11
Jeremia 52:4
In het negende jaar van zijn regering, op de tiende dag van de tiende maand, kwam koning Nebukadnessar van Babylonië met heel zijn leger bij Jeruzalem aan en ze sloegen er hun kamp op. Ze wierpen een wal op rondom de stad