Gerelateerd aan Micha 3:11

Gerelateerd aan Micha 3:11

Jesaja 1:23

Je vorsten zijn schurken, ze houden het met dieven, ze denken alleen aan geschenken en steekpenningen. Wezen bieden ze geen bescherming, het lot van weduwen laat hen koud.
Gerelateerd aan Micha 3:11

Jeremia 6:13

Want iedereen, van groot tot klein, is op eigen voordeel uit; van profeet tot priester, ieder pleegt bedrog.
Gerelateerd aan Micha 3:11

Micha 3:5

Dit zegt de HEER over de profeten die mijn volk misleiden, die over vrede praten zolang ze maar iets te eten krijgen en die iedereen die hen niet op hun wenken bedient de oorlog verklaren:
Gerelateerd aan Micha 3:11

Jeremia 7:4

Vertrouw niet op die bedrieglijke leus: “Dit is de tempel van de HEER ! De tempel van de HEER ! De tempel van de HEER !”
Gerelateerd aan Micha 3:11

Handelingen 8:18

Toen Simon zag dat de mensen door de handoplegging van de apostelen vervuld raakten van de Geest, bood hij Petrus en Johannes geld aan
Gerelateerd aan Micha 3:11

Jesaja 48:2

Je noemt jezelf naar de heilige stad, en je steunt op de God van Israël, wiens naam is HEER van de hemelse machten.
Gerelateerd aan Micha 3:11

Micha 7:3

Ze bekwamen zich in het kwaad: alleen voor geld stellen leiders een onderzoek in, rechters spreken recht tegen betaling, hooggeplaatsten zeggen wat hun het beste uitkomt, en zo houden zij het recht op afstand.
Gerelateerd aan Micha 3:11

1 Petrus 5:2

Hoed Gods kudde waarvoor u de verantwoordelijkheid hebt, houd goed toezicht-niet gedwongen maar vrijwillig, zoals God dat wil, en niet om er zelf beter van te worden maar met belangeloze toewijding.
Gerelateerd aan Micha 3:11

Titus 1:11

Hun moet de mond worden gesnoerd; ze richten hele families te gronde door uit schandelijk winstbejag de verkeerde dingen te onderwijzen.
Gerelateerd aan Micha 3:11

1 Samuel 12:3

Hier sta ik. Zeg mij nu ten overstaan van de HEER en zijn gezalfde: Heb ik ooit iemand zijn stier afgenomen? Heb ik ooit iemand zijn ezel afgenomen? Heb ik ooit iemand uitgebuit of mishandeld? Heb ik me ooit door iemand laten omkopen om oogluikend iets toe te staan? Mocht dat zo zijn, dan zal ik het u vergoeden.'
Gerelateerd aan Micha 3:11

1 Timotheüs 3:3

Hij mag niet te veel drinken of driftig zijn, maar hij moet vredelievend en vriendelijk zijn, en niet geldzuchtig.
Gerelateerd aan Micha 3:11

2 Petrus 2:1

Toch zijn er destijds onder het volk ook valse profeten opgetreden, en zo zullen er ook onder u dwaalleraren verschijnen. Ze zullen met verderfelijke ketterijen komen en zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht verloochenen. Daarmee bewerken ze spoedig hun eigen ondergang.
Gerelateerd aan Micha 3:11

Judas 1:11

Wee hun! Ze gaan de weg van Kaïn, net als Bileam geven ze zich voor geld over aan bedrog, en net als Korach gaan ze aan hun opstandigheid ten onder.
Gerelateerd aan Micha 3:11

Amos 9:10

Alle zondaars in mijn volk zullen sterven door het zwaard, ook al zeggen ze: 'U zorgt er wel voor dat het kwaad ons niet treft, dat het ver van ons blijft.'
Gerelateerd aan Micha 3:11

1 Samuel 8:3

Maar ze volgden het voorbeeld van hun vader niet na: ze waren op eigen voordeel uit, namen steekpenningen aan en verdraaiden het recht.
Gerelateerd aan Micha 3:11

Jesaja 56:11

Vraatzuchtige honden zijn het, onverzadigbaar. Het zijn herders die geen inzicht kunnen bieden, allemaal gaan ze hun eigen weg, ieder belust op eigen voordeel.
Gerelateerd aan Micha 3:11

Numeri 16:15

Toen werd Mozes woedend. 'Schenk geen aandacht aan hun offer, 'zei hij tegen de HEER. 'Niemand van hen heb ik ook maar een ezel afgenomen, niemand van hen heb ik kwaad gedaan.'
Gerelateerd aan Micha 3:11

2 Petrus 2:14

Hun ogen zijn voortdurend op zoek naar overspel en ze zondigen onophoudelijk, ze verleiden onstandvastige zielen en zijn een en al hebzucht. Vervloekt zijn ze!
Gerelateerd aan Micha 3:11

Hosea 4:18

Ze zijn hun kater nog niet kwijt of ze haasten zich al naar de hoeren. Zie hun hartstocht branden, hun vorsten zijn dol op schande.
Gerelateerd aan Micha 3:11

Jeremia 8:10

Daarom geef ik hun vrouwen weg, hun akkers geef ik aan veroveraars. Want iedereen, van groot tot klein, is op eigen voordeel uit, van profeet tot priester, ieder pleegt bedrog.
1
2
Volgende