Gerelateerd aan Mattheüs 9:9
Gerelateerd aan Mattheüs 9:9
Lukas 5:27
Daarna ging hij naar buiten en zag hij bij het tolhuis een tollenaar zitten die Levi heette. Hij zei tegen hem: ‘Volg mij!’
Gerelateerd aan Mattheüs 9:9
Markus 2:14
Toen hij langs het meer liep, zag hij Levi, de zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten, en hij zei tegen hem: ‘Volg mij.’ Levi stond op en volgde hem.
Gerelateerd aan Mattheüs 9:9
Lukas 19:2
Er was daar een man die Zacheüs heette, een rijke hoofdtollenaar.
Gerelateerd aan Mattheüs 9:9
Mattheüs 10:3
Filippus en Bartolomeüs, Tomas en de tollenaar Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Taddeüs,
Gerelateerd aan Mattheüs 9:9
Lukas 6:15
Matteüs en Tomas, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon, die de IJveraar genoemd wordt,
Gerelateerd aan Mattheüs 9:9
Markus 3:18
Andreas, Filippus, Bartolomeüs, Matteüs, Tomas, Jakobus, de zoon van Alfeüs, Taddeüs, Simon Kananeüs
Gerelateerd aan Mattheüs 9:9
Handelingen 1:13
Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus.
Gerelateerd aan Mattheüs 9:9
Galaten 1:16
zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik hem aan de heidenen zou verkondigen. Ik heb toen geen mens om raad gevraagd
Gerelateerd aan Mattheüs 9:9
Mattheüs 21:31
Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?’ Ze zeiden: ‘De eerste.’ Daarop zei Jezus: ‘Ik verzeker u: de tollenaars en de hoeren zijn u voor bij het binnengaan van het koninkrijk van God.
Gerelateerd aan Mattheüs 9:9
Lukas 15:1
Alle tollenaars en zondaars kwamen hem opzoeken om naar hem te luisteren.
Gerelateerd aan Mattheüs 9:9
1 Koningen 19:19
Elia ging weg van de Horeb. Toen hij Elisa, de zoon van Safat, aantrof was deze aan het ploegen. Ze waren aan het werk met twaalf span ossen; Elisa liep achter het twaalfde span. Elia liep op hem af en gooide zijn mantel over hem heen.
Gerelateerd aan Mattheüs 9:9
Mattheüs 4:18
Toen hij langs het meer liep, zag hij twee broers, Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Ze wierpen hun net uit in het meer, het waren vissers.