Gerelateerd aan Mattheüs 4:21
Gerelateerd aan Mattheüs 4:21
Mattheüs 10:2
Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes,
Gerelateerd aan Mattheüs 4:21
Markus 3:17
Jakobus, de zoon van Zebedeüs, Johannes, de broer van Jakobus (aan deze twee gaf hij de naam Boanerges, wat ‘zonen van de donder’ betekent),
Gerelateerd aan Mattheüs 4:21
Lukas 5:10
zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’
Gerelateerd aan Mattheüs 4:21
Markus 1:19
Iets verderop zag hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, die in hun boot bezig waren met het herstellen van de netten,
Gerelateerd aan Mattheüs 4:21
Handelingen 12:2
Jakobus, de broer van Johannes, liet hij met het zwaard ter dood brengen.
Gerelateerd aan Mattheüs 4:21
Mattheüs 20:20
Daarop kwam de moeder van de zonen van Zebedeüs met haar zonen naar hem toe. Ze viel voor hem neer om hem een gunst te vragen.
Gerelateerd aan Mattheüs 4:21
Johannes 21:2
Bij het meer waren Simon Petrus en Tomas (dat betekent ‘tweeling’), Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen.
Gerelateerd aan Mattheüs 4:21
Markus 5:37
Hij stond niemand toe om met hem mee te gaan, behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus.
Gerelateerd aan Mattheüs 4:21
Mattheüs 26:37
Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee. Toen hij zich bedroefd en angstig voelde worden,
Gerelateerd aan Mattheüs 4:21
Mattheüs 17:1
Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze alleen waren.