Gerelateerd aan Mattheüs 27:50

Gerelateerd aan Mattheüs 27:50

Johannes 19:30

Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:50

Markus 15:37

Maar Jezus slaakte een luide kreet en blies de laatste adem uit.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:50

Lukas 23:46

En Jezus riep met luide stem: ‘Vader, in uw handen leg ik mijn geest.’ Toen hij dat gezegd had, blies hij de laatste adem uit.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:50

Jesaja 53:9

Hij kreeg een graf bij misdadigers, zijn laatste rustplaats was bij de rijken; toch had hij nooit enig onrecht begaan, nooit bedrieglijke taal gesproken.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:50

Johannes 10:11

Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:50

Psalmen 22:14

(22:15) Als water ben ik uitgegoten, mijn gebeente valt uiteen, mijn hart is als was, het smelt in mijn lijf.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:50

Mattheüs 20:28

-zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’
Gerelateerd aan Mattheüs 27:50

Hebreeën 9:14

hoeveel te meer zal dan niet het bloed van Christus, die dankzij de eeuwige Geest zichzelf heeft kunnen opdragen als offer zonder smet, ons geweten reinigen van daden die tot de dood leiden, en het heiligen voor de dienst aan de levende God?
Gerelateerd aan Mattheüs 27:50

Johannes 10:15

zoals de Vader mij kent en ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:50

Daniel 9:26

Na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden vermoord, zonder dat iemand het voor hem opneemt. Het volk van een toekomstige vorst zal verderf brengen over de stad en het heiligdom. Hij zal zijn einde vinden in een overstroming. Tot aan het einde van de strijd zullen er verwoestingen zijn, zoals is vastgesteld.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:50

Hebreeën 2:14

Omdat die kinderen mensen zijn van vlees en bloed, is de Zoon een mens geworden als zij om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel,