Gerelateerd aan Mattheüs 27:3
Gerelateerd aan Mattheüs 27:3
2 Korinthe 7:10
Verdriet dat God geeft leidt tot inkeer die men nooit berouwt en tot redding; verdriet dat de wereld geeft leidt alleen maar tot de dood.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:3
Mattheüs 26:14
Daarop ging een van de twaalf, die met de naam Judas Iskariot, naar de hogepriesters
Gerelateerd aan Mattheüs 27:3
Johannes 18:3
Judas ging ernaartoe, samen met een cohort soldaten en dienaren van de hogepriesters en de Farizeeën. Ze waren gewapend en droegen fakkels en lantaarns.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:3
Johannes 13:27
Op dat moment nam de duivel bezit van Judas. Jezus zei: ‘Doe maar meteen wat je van plan bent.’
Gerelateerd aan Mattheüs 27:3
Lukas 22:2
De hogepriesters en de schriftgeleerden zochten naar een mogelijkheid om hem uit de weg te ruimen, maar dan heimelijk, bang als ze waren voor de reactie van het volk.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:3
Johannes 13:2
Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:3
Job 20:15
Rijkdom heeft hij doorgeslikt, maar weer uitgebraakt, God perst alles uit zijn buik omhoog.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:3
Markus 14:10
Toen ging Judas Iskariot, een van de twaalf, naar de hogepriesters om hem aan hen uit te leveren.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:3
Markus 14:43
Nog voor hij uitgesproken was, kwam Judas eraan, een van de twaalf, in gezelschap van een met zwaarden en knuppels bewapende bende, die door de hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten was gestuurd.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:3
Lukas 22:47
Terwijl hij nog sprak, kwam er opeens een horde mensen aan. Voorop liep de man die Judas heette, een van de twaalf; hij ging naar Jezus toe om hem te kussen.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:3
Mattheüs 26:47
Nog voor hij uitgesproken was, kwam Judas eraan, een van de twaalf, in gezelschap van een grote, met zwaarden en knuppels bewapende bende, die door de hogepriesters en de oudsten van het volk was gestuurd.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:3
Job 20:5
het gejuich van goddelozen snel verklinkt en de vreugde van de misdadiger kortstondig is?