Gerelateerd aan Mattheüs 27:11

Gerelateerd aan Mattheüs 27:11

Mattheüs 2:2

Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.’
Gerelateerd aan Mattheüs 27:11

Mattheüs 26:25

Toen zei Judas, die hem zou uitleveren: ‘Ik ben het toch niet, rabbi?’ Jezus antwoordde: ‘Jij zegt het.’
Gerelateerd aan Mattheüs 27:11

Markus 15:2

Pilatus vroeg hem: ‘Bent u de koning van de Joden?’ Hij antwoordde: ‘U zegt het.’
Gerelateerd aan Mattheüs 27:11

1 Timotheüs 6:13

Ten overstaan van God, die alles in leven houdt, en Christus Jezus, die voor Pontius Pilatus een krachtig getuigenis heeft afgelegd, draag ik je op
Gerelateerd aan Mattheüs 27:11

Lukas 23:2

Daar brachten ze de volgende beschuldigingen tegen hem in: ‘We hebben vastgesteld dat deze man ons volk van het rechte pad afbrengt en de mensen ervan weerhoudt belastingen aan de keizer te betalen en dat hij van zichzelf zegt de messiaanse koning te zijn.’
Gerelateerd aan Mattheüs 27:11

Mattheüs 10:18

Jullie zullen omwille van mij worden voorgeleid aan gouverneurs en koningen, en een getuigenis moeten afleggen ten overstaan van hen en de heidenen.
Gerelateerd aan Mattheüs 27:11

Mattheüs 10:25

Een leerling moet er genoegen mee nemen te worden als zijn leermeester, en de slaaf als zijn heer. Als ze de heer des huizes al Beëlzebul genoemd hebben, waarvoor zullen ze dan zijn huisgenoten wel niet uitmaken?
Gerelateerd aan Mattheüs 27:11

Johannes 18:29

Daarom kwam Pilatus naar buiten en vroeg: ‘Waarvan beschuldigt u deze man?’
Gerelateerd aan Mattheüs 27:11

Markus 14:62

Jezus zei: ‘Dat ben ik, en u zult de Mensenzoon aan de rechterhand van de Machtige zien zitten en hem zien komen op de wolken van de hemel.’
Gerelateerd aan Mattheüs 27:11

Mattheüs 26:64

Jezus antwoordde: ‘U zegt het. Maar ik zeg tegen u allen hier: vanaf nu zult u de Mensenzoon zien zitten aan de rechterhand van de Machtige en hem zien komen op de wolken van de hemel.’