Gerelateerd aan Mattheüs 26:65

Gerelateerd aan Mattheüs 26:65

Numeri 14:6

Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, twee van degenen die het land verkend hadden, scheurden hun kleren
Gerelateerd aan Mattheüs 26:65

Johannes 10:36

hoe kunt u mij, door de Vader geheiligd en naar de wereld gezonden, dan beschuldigen van godslastering wanneer ik zeg dat ik Gods Zoon ben?
Gerelateerd aan Mattheüs 26:65

Mattheüs 9:3

Daarop zeiden enkele schriftgeleerden bij zichzelf: Wat een godslasterlijke taal!
Gerelateerd aan Mattheüs 26:65

Johannes 10:33

‘Voor een goede daad zullen we u niet stenigen, ‘antwoordden ze, ‘maar wel voor godslastering: u bent een mens, maar u beweert dat u God bent!’
Gerelateerd aan Mattheüs 26:65

Jeremia 36:24

Niemand schrok van wat hij hoorde, niemand scheurde zijn kleren, de koning niet en zijn dienaren evenmin.
Gerelateerd aan Mattheüs 26:65

Leviticus 21:20

niemand met een gebochelde of dwergachtige gestalte, niemand met staar, niemand met zweren of uitslag, niemand met verpletterde zaadballen.
Gerelateerd aan Mattheüs 26:65

Handelingen 14:14

Maar toen de apostelen Barnabas en Paulus merkten wat de bedoeling was, scheurden ze van ontzetting hun kleren, drongen zich door de menigte heen en riepen:
Gerelateerd aan Mattheüs 26:65

1 Koningen 21:10

Laat dan twee mannen die nergens voor terugdeinzen tegenover hem plaatsnemen en hem beschuldigen van godslastering en majesteitsschennis. Daarop moet u hem buiten de stad brengen en stenigen.'
Gerelateerd aan Mattheüs 26:65

2 Koningen 18:37

Hofmeester Eljakim, de zoon van Chilkia, hofschrijver Sebna en kanselier Joach, de zoon van Asaf, gingen met gescheurde kleren naar Hizkia om hem de woorden van de rabsake over te brengen.
Gerelateerd aan Mattheüs 26:65

Markus 14:63

De hogepriester scheurde zijn kleren en zei: ‘Waarvoor hebben we nog getuigen nodig?
Gerelateerd aan Mattheüs 26:65

Lukas 5:21

De schriftgeleerden en de Farizeeën begonnen zich af te vragen: Wie is die man dat hij deze godslasterlijke taal spreekt? Wie kan zonden vergeven dan God alleen?