Gerelateerd aan Mattheüs 25:33

Gerelateerd aan Mattheüs 25:33

Psalmen 100:3

Erken het: de HEER is God, hij heeft ons gemaakt, hem behoren wij toe, zijn volk zijn wij, de kudde die hij weidt.
Gerelateerd aan Mattheüs 25:33

Johannes 10:26

maar u wilt me niet geloven, omdat u niet bij mijn schapen hoort.
Gerelateerd aan Mattheüs 25:33

Johannes 21:15

Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus aan: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?’ Petrus antwoordde: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.’ Hij zei: ‘Weid mijn lammeren.’
Gerelateerd aan Mattheüs 25:33

Psalmen 45:9

(45:10) juwelen sieren de dochters van koningen, rechts van u staat de koningin, getooid met goud uit Ofir.
Gerelateerd aan Mattheüs 25:33

Handelingen 2:34

David is weliswaar niet naar de hemel opgestegen, maar toch zegt hij: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand,
Gerelateerd aan Mattheüs 25:33

Psalmen 110:1

Van David, een psalm. De HEER spreekt tot mijn heer: 'Neem plaats aan mijn rechterhand, ik maak van je vijanden een bank voor je voeten.'
Gerelateerd aan Mattheüs 25:33

Psalmen 95:7

Ja, hij is onze God en wij zijn het volk dat hij hoedt, de kudde door zijn hand geleid. Luister vandaag naar zijn stem:
Gerelateerd aan Mattheüs 25:33

Psalmen 79:13

Wij zijn uw volk, de kudde die u hoedt, wij zullen u prijzen tot in eeuwigheid, van geslacht op geslacht verhalen van uw roem.
Gerelateerd aan Mattheüs 25:33

Genesis 48:13

Daarna bracht hij hen beiden weer dicht bij zijn vader. Aan zijn rechterhand had hij Efraïm, die hij links van Israël plaatste, en aan zijn linkerhand had hij Manasse, die hij rechts van hem plaatste.
Gerelateerd aan Mattheüs 25:33

Hebreeën 1:3

In hem schittert Gods luister, hij is zijn evenbeeld, hij schraagt de schepping met zijn machtig woord; hij heeft, na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, plaatsgenomen aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit,
Gerelateerd aan Mattheüs 25:33

Genesis 48:17

Toen Jozef zag dat zijn vader zijn rechterhand op het hoofd van Efraïm had gelegd, leek hem dat verkeerd, en daarom pakte hij zijn vaders hand, om die te verplaatsen van Efraïms hoofd naar dat van Manasse.
Gerelateerd aan Mattheüs 25:33

Efeze 1:20

Die macht was ook werkzaam in Christus toen God hem opwekte uit de dood en hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand,
Gerelateerd aan Mattheüs 25:33

Markus 16:19

Nadat hij dit tegen hen had gezegd, werd de Heer Jezus in de hemel opgenomen en nam hij plaats aan de rechterhand van God.