Gerelateerd aan Mattheüs 22:24

Gerelateerd aan Mattheüs 22:24

Deuteronomium 25:5

Wanneer twee broers bij elkaar wonen en een van hen sterft zonder dat hij een zoon heeft, dan mag zijn weduwe niet de vrouw worden van iemand buiten de familie. Haar zwager moet met haar slapen; hij moet haar tot vrouw nemen en de zwagerplicht tegenover haar vervullen.
Gerelateerd aan Mattheüs 22:24

Lukas 20:28

‘Meester, Mozes heeft ons het volgende voorgeschreven: als een gehuwd man sterft zonder dat zijn vrouw kinderen heeft gebaard, moet zijn broer met die vrouw trouwen en nakomelingen verwekken voor zijn broer.
Gerelateerd aan Mattheüs 22:24

Genesis 38:11

Toen zei Juda tegen zijn schoondochter Tamar: ‘Nu je opnieuw weduwe bent, moet je maar weer bij je vader gaan wonen, totdat mijn zoon Sela volwassen is.’ Hij dacht namelijk: Ik moet voorkomen dat hij ook sterft, net als zijn broers. En Tamar ging weer bij haar vader wonen.
Gerelateerd aan Mattheüs 22:24

Mattheüs 7:21

Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.
Gerelateerd aan Mattheüs 22:24

Mattheüs 22:36

‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’
Gerelateerd aan Mattheüs 22:24

Markus 12:19

‘Meester, Mozes heeft ons het volgende voorgeschreven: “Als iemand sterft en een vrouw achterlaat, maar geen kinderen, moet zijn broer die vrouw bij zich nemen en nakomelingen verwekken voor zijn broer.”
Gerelateerd aan Mattheüs 22:24

Lukas 6:46

Waarom roepen jullie “Heer, Heer” tegen mij, maar doen jullie niet wat ik zeg?
Gerelateerd aan Mattheüs 22:24

Genesis 38:8

Toen zei Juda tegen Onan: ‘Vervul je zwagerplicht: trouw met de vrouw van je broer en verwek voor je broer nakomelingen bij haar.’
Gerelateerd aan Mattheüs 22:24

Ruth 1:11

'Ga terug, mijn dochters, 'zei Noömi, 'waarom zouden jullie met mij meegaan? Kan ik soms nog zonen krijgen die jullie mannen kunnen worden?
Gerelateerd aan Mattheüs 22:24

Mattheüs 22:16

Ze stuurden enkele van hun leerlingen samen met een aantal Herodianen naar hem toe, met de vraag: ‘Meester, wij weten dat u oprecht bent en in alle oprechtheid onderricht geeft over de weg van God. We weten dat u zich aan niemand iets gelegen laat liggen, u kijkt immers niemand naar de ogen.