Gerelateerd aan Mattheüs 14:4
Gerelateerd aan Mattheüs 14:4
Leviticus 20:21
Wie trouwt met een vrouw die zijn broer heeft toebehoord, begaat een wandaad, want hij onteert zijn broer. Het huwelijk zal kinderloos zijn.
Gerelateerd aan Mattheüs 14:4
Leviticus 18:16
Heb geen gemeenschap met de vrouw van je broer, daarmee onteer je je broer.
Gerelateerd aan Mattheüs 14:4
Deuteronomium 25:5
Wanneer twee broers bij elkaar wonen en een van hen sterft zonder dat hij een zoon heeft, dan mag zijn weduwe niet de vrouw worden van iemand buiten de familie. Haar zwager moet met haar slapen; hij moet haar tot vrouw nemen en de zwagerplicht tegenover haar vervullen.
Gerelateerd aan Mattheüs 14:4
Handelingen 24:24
Enkele dagen later ging Felix samen met zijn vrouw Drusilla, die een Jodin was, naar de gevangenis. Hij liet Paulus halen om te horen wat hij over het geloof in Christus Jezus te zeggen had.
Gerelateerd aan Mattheüs 14:4
Markus 6:18
Johannes had namelijk tegen Herodes gezegd: ‘U mag niet trouwen met de vrouw van uw broer.’
Gerelateerd aan Mattheüs 14:4
1 Koningen 21:19
Zeg tegen hem: "Dit zegt de HEER: Je hebt een moord gepleegd en je het bezit van een ander toegeëigend." Zeg hem ook: "Dit zegt de HEER: Op de plaats waar de honden het bloed van Nabot hebben opgelikt, zullen ze ook jouw bloed oplikken."'
Gerelateerd aan Mattheüs 14:4
Jesaja 8:20
ga dan alleen af op dit onderricht, op mijn getuigenis. Spreek uitsluitend volgens deze woorden, waartegen geen bezwering bestand is.
Gerelateerd aan Mattheüs 14:4
2 Kronieken 26:18
Zij sneden koning Uzzia de pas af en zeiden hem: 'Het is niet aan u, Uzzia, om reukoffers te brengen voor de HEER. Dat is voorbehouden aan de priesters, de afstammelingen van Aäron. Zij zijn geheiligd om reukoffers te brengen. Verlaat het heiligdom; u bent in overtreding. Dit zal u bij de HEER niet tot eer strekken.'
Gerelateerd aan Mattheüs 14:4
Spreuken 28:1
Een goddeloze vlucht, ook al is er niemand die hem achtervolgt, een rechtvaardige voelt zich zo veilig als een leeuw.
Gerelateerd aan Mattheüs 14:4
2 Samuel 12:7
Toen zei Natan: 'Die man, dat bent u! Dit zegt de HEER, de God van Israël: Ik was het die je zalfde tot koning van Israël, ik was het die je redde uit de greep van Saul.