Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
Lukas 24:30
Toen hij met hen aan tafel aanlag, nam hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun.
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
1 Samuel 9:13
Als u nu de stad binnengaat, treft u hem nog aan voordat hij naar de offerhoogte gaat voor het offermaal. De genodigden wachten namelijk met eten op hem, omdat hij het offer moet zegenen voor ze aan de maaltijd beginnen. Maak voort, dan kunt u hem niet mislopen.'
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
Handelingen 27:35
Toen hij dat gezegd had, nam hij een stuk brood, dankte God in aanwezigheid van allen, brak het brood en begon te eten.
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
1 Timotheüs 4:4
Alles wat God geschapen heeft is goed. Niets hoeft te worden verworpen als het onder dank wordt aangenomen,
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
Markus 6:41
Hij nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit, brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen om ze aan de menigte uit te delen; ook de twee vissen verdeelde hij onder allen die er waren.
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
Markus 6:39
Hij zei tegen hen dat ze de mensen opdracht moesten geven om in groepen in het groene gras te gaan zitten.
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
Johannes 11:41
Toen haalden ze de steen weg. Daarop keek hij omhoog en zei: ‘Vader, ik dank u dat u mij hebt verhoord.
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
1 Korinthe 11:24
sprak het dankgebed uit, brak het brood en zei: 'Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.'
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
1 Korinthe 10:31
Dus of u nu eet of drinkt of iets anders doet, doe alles ter ere van God.
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
Romeinen 14:6
Wie een feestdag viert, doet dat om de Heer te eren; wie alles eet, doet dat om de Heer te eren, en hij dankt God voor zijn voedsel. Wie iets niet wil eten, laat het staan om de Heer te eren, en ook hij dankt God.
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
Markus 8:6
Hij zei tegen de mensen dat ze op de grond moesten gaan zitten; hij nam de zeven broden, sprak het dankgebed uit, brak de broden en gaf ze aan de leerlingen om ze aan de mensen uit te delen, en dat deden ze.
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
Mattheüs 26:26
Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.’
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
Lukas 9:16
Jezus nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel en sprak er het zegengebed over uit. Daarna brak hij het brood en gaf het met de vissen aan zijn leerlingen om aan de menigte uit te delen.
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
Markus 14:22
Terwijl ze aten, nam hij een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Neem hiervan, dit is mijn lichaam.’
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
Johannes 6:23
Nu legden er andere boten uit Tiberias aan, dicht bij de plek waar ze het brood gegeten hadden nadat de Heer het dankgebed had uitgesproken.
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
Kolossensen 3:17
Doe alles wat u zegt of doet in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God, de Vader, dankt door hem.
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
Mattheüs 15:35
Hij gaf de mensen opdracht op de grond te gaan zitten.
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
Lukas 9:14
Er waren ongeveer vijfduizend mensen bijeen. Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Zeg dat ze in groepen van ongeveer vijftig bij elkaar moeten gaan zitten.’
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
Lukas 22:19
En hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’
Gerelateerd aan Mattheüs 14:19
Johannes 6:10
Jezus zei: ‘Laat iedereen gaan zitten.’ Er was daar veel gras, en ze gingen zitten; er waren ongeveer vijfduizend mannen.
1
2