Gerelateerd aan Mattheüs 10:36

Gerelateerd aan Mattheüs 10:36

Micha 7:6

De zoon veracht zijn vader, de dochter verzet zich tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder, en huisgenoten blijken vijanden.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:36

Genesis 4:8

Kaïn zei tegen zijn broer Abel: ‘Laten we het veld in gaan.’ Toen ze daar waren, viel hij zijn broer aan en sloeg hem dood.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:36

Psalmen 41:9

(41:10) Zelfs mijn beste vriend, op wie ik vertrouwde, die at van mijn brood, heeft zich tegen mij gekeerd.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:36

Job 19:13

Mijn verwanten heeft hij van mij verwijderd, ik word verloochend door mijn vrienden.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:36

Psalmen 55:13

(55:14) Maar jij, die dacht en deed als ik, mijn hartsvriend, mijn vertrouwde!
Gerelateerd aan Mattheüs 10:36

2 Samuel 16:11

En tot het hele gezelschap vervolgde David: 'Luister, mijn bloedeigen zoon staat me naar het leven. Zou deze afstammeling van Benjamin me dan met rust laten? Laat hem maar vloeken, de HEER heeft het hem immers ingegeven.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:36

Jeremia 12:6

Ook je broers en zusters, je hele familie, zullen je laten vallen, ook zij zullen je naschreeuwen. Vertrouw hen niet, al zijn ze nog zo vriendelijk.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:36

Genesis 37:17

‘Ze zijn hier niet meer, ‘zei de ander, ‘ik hoorde hen zeggen dat ze naar Dotan wilden.’ Jozef ging zijn broers achterna en trof hen in Dotan aan.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:36

Jeremia 20:10

Want de mensen bauwen mij na: “Overal paniek! Overal paniek! Roep het, dan vertellen wij het verder.” Al mijn vrienden zijn uit op mijn val: “Misschien laat hij zich verleiden, dan krijgen wij hem in onze greep, dan wreken wij ons op hem.”
Gerelateerd aan Mattheüs 10:36

1 Samuel 17:28

Toen Davids oudste broer Eliab hem met de soldaten hoorde praten, viel hij woedend uit: 'Wat doe je hier eigenlijk? Hoor jij niet in de woestijn op je schapen te passen? Echt iets voor jou, om met je brutale neus vooraan te willen staan als er gevochten gaat worden.'
Gerelateerd aan Mattheüs 10:36

Genesis 3:15

Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop, jij bijt hen in de hiel.’
Gerelateerd aan Mattheüs 10:36

Johannes 13:8

‘O nee, ‘zei Petrus, ‘míjn voeten zult u niet wassen, nooit!’ Maar toen Jezus zei: ‘Als ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen,‘