Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Handelingen 1:13
Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Markus 3:18
Andreas, Filippus, Bartolomeüs, Matteüs, Tomas, Jakobus, de zoon van Alfeüs, Taddeüs, Simon Kananeüs
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Mattheüs 9:9
Toen Jezus van daar verderging, zag hij bij het tolhuis een man zitten die Matteüs heette, en hij zei tegen hem: ‘Volg mij.’ Hij stond op en volgde hem.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Johannes 21:2
Bij het meer waren Simon Petrus en Tomas (dat betekent ‘tweeling’), Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Johannes 1:43
De volgende dag besloot Jezus naar Galilea te gaan en daar ontmoette hij Filippus. Hij zei tegen hem: ‘Ga met mij mee.’
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Johannes 11:16
Tomas (dat betekent ‘tweeling’) zei tegen de anderen: ‘Laten ook wij maar gaan, om met hem te sterven.’
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Johannes 12:21
Zij gingen naar Filippus uit Betsaïda in Galilea, en vroegen hem of ze Jezus konden ontmoeten.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Markus 2:14
Toen hij langs het meer liep, zag hij Levi, de zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten, en hij zei tegen hem: ‘Volg mij.’ Levi stond op en volgde hem.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Johannes 20:24
Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Lukas 6:14
Simon, aan wie hij de naam Petrus gaf, diens broer Andreas, Jakobus en Johannes, Filippus en Bartolomeüs,
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Lukas 5:27
Daarna ging hij naar buiten en zag hij bij het tolhuis een tollenaar zitten die Levi heette. Hij zei tegen hem: ‘Volg mij!’
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Judas 1:1
Van Judas, dienaar van Jezus Christus en broer van Jakobus. Aan allen die geroepen zijn en aan wie de liefde van God, de Vader, en de bescherming van Jezus Christus ten deel vallen.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Galaten 1:19
Maar van de overige apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Handelingen 12:17
Hij gebaarde dat ze moesten zwijgen en legde uit hoe de Heer hem uit de gevangenis had bevrijd. Daarna zei hij: ‘Stel Jakobus en de anderen hiervan op de hoogte.’ Toen vertrok hij naar elders.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Jakobus 1:1
Van Jakobus, dienaar van God en van de Heer Jezus Christus. Aan de twaalf stammen in de diaspora. Ik groet u.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Handelingen 21:18
De volgende dag ging Paulus met ons naar Jakobus, bij wie alle oudsten waren samengekomen.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Galaten 2:9
en ze dus de genade onderkenden die mij geschonken was, toen reikten Jakobus, Kefas en Johannes, die als steunpilaren golden, mij en Barnabas de broederhand: wij zouden naar de heidenen gaan, zij naar de besnedenen.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Handelingen 15:13
Toen ze waren uitgesproken, nam Jakobus het woord. Hij zei: ‘Broeders, luister.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Johannes 6:5
Toen Jezus om zich heen keek en zag dat die menigte naar hem toe kwam, vroeg hij aan Filippus: ‘Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven?’
Gerelateerd aan Mattheüs 10:3
Mattheüs 27:56
Onder hen bevonden zich Maria uit Magdala, Maria de moeder van Jakobus en Josef, en de moeder van de zonen van Zebedeüs.
1
2