Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

Mattheüs 4:21

Even verderop zag hij twee andere broers, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes. Ze waren met hun vader in hun boot bezig met het herstellen van de netten. Hij riep hen
Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

Handelingen 1:13

Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

Mattheüs 4:18

Toen hij langs het meer liep, zag hij twee broers, Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Ze wierpen hun net uit in het meer, het waren vissers.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

Johannes 12:22

Filippus ging dat tegen Andreas zeggen en samen gingen ze naar Jezus.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

Lukas 5:10

zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’
Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

Johannes 6:8

Een van de leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zei:
Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

Lukas 11:49

Daarom heeft God in zijn wijsheid gezegd: “Ik zal profeten en apostelen naar hen zenden, maar ze zullen sommigen van hen doden en anderen vervolgen.”
Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

2 Johannes 1:1

Van de oudste. Aan de uitverkoren vrouw en haar kinderen, die ik werkelijk liefheb-en niet alleen ik, maar allen die de waarheid hebben leren kennen-
Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

2 Petrus 1:1

Van Simeon Petrus, dienaar en apostel van Jezus Christus. Aan allen die dankzij de rechtvaardigheid van onze God en van onze redder Jezus Christus hetzelfde kostbare geloof hebben ontvangen als wij.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

Mattheüs 26:37

Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee. Toen hij zich bedroefd en angstig voelde worden,
Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

Johannes 13:23

Een van hen, de leerling van wie Jezus veel hield, lag naast hem aan tafel aan,
Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

Lukas 6:13

Toen de dag aanbrak, riep hij de leerlingen bij zich en koos twaalf van hen uit, die hij apostelen noemde:
Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

Markus 13:3

Toen hij op de Olijfberg was gaan zitten, tegenover de tempel, en Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas alleen met hem waren, stelde Petrus hem de vraag:
Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

Mattheüs 17:1

Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze alleen waren.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

Lukas 22:14

Toen het zover was, ging hij samen met de apostelen aanliggen voor de maaltijd.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

Hebreeën 3:1

U allen, heilige broeders en zusters, die deel hebt aan de hemelse roeping, richt uw aandacht op Jezus, de apostel en hogepriester van het geloof dat wij belijden,
Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

1 Korinthe 15:7

Vervolgens is hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

Johannes 21:24

Het is deze leerling die over dit alles getuigenis aflegt, en het ook heeft opgeschreven. Wij weten dat zijn getuigenis betrouwbaar is.
Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

Markus 3:16

De twaalf die hij aanstelde, waren achtereenvolgens Simon, die hij de naam Petrus gaf,
Gerelateerd aan Mattheüs 10:2

Handelingen 1:26

Ze lieten hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd aan de elf apostelen toegevoegd.
1
2
Volgende