Gerelateerd aan Markus 8:13
Gerelateerd aan Markus 8:13
Handelingen 13:45
Bij het zien van de mensenmenigte werden de Joodse leiders jaloers en begonnen ze de woorden van Paulus op godslasterlijke wijze verdacht te maken.
Gerelateerd aan Markus 8:13
Lukas 8:37
En de hele mensenmenigte uit het gebied van de Gerasenen verzocht hem hen te verlaten, want angst en ontzetting hadden hen aangegrepen. Jezus stapte in de boot om terug te gaan.
Gerelateerd aan Markus 8:13
Mattheüs 15:14
Laat ze toch, die blinde blindengeleiders! Als de ene blinde de andere leidt, vallen ze samen in een kuil.’
Gerelateerd aan Markus 8:13
Hosea 4:17
Het volk van Efraïm heeft zich vergooid aan afgodsbeelden-laat het maar!
Gerelateerd aan Markus 8:13
Mattheüs 7:6
Geef wat heilig is niet aan de honden en gooi je parels niet voor de zwijnen; die zouden ze maar met hun poten vertrappen, zich omkeren en jullie verscheuren.
Gerelateerd aan Markus 8:13
Psalmen 81:12
(81:13) Toen liet ik hen begaan, koppig volgden zij hun eigen inzicht.
Gerelateerd aan Markus 8:13
Hosea 9:12
Ook al brengen zij hun kinderen groot, kinderloos maak ik hen, niemand blijft over. Groot onheil is hun deel wanneer ik van hen wijk.
Gerelateerd aan Markus 8:13
Handelingen 18:6
Maar omdat ze zich verzetten en lasterlijke taal spraken, schudde hij het stof van zijn kleren en zei: ‘U roept zelf het onheil over u af! Mij treft geen blaam. Voortaan zal ik me tot de heidenen richten.’
Gerelateerd aan Markus 8:13
Johannes 12:36
Geloof in het licht zolang u het licht bij u hebt, dan bent u kinderen van het licht.’ Na deze woorden ging Jezus weg en hij hield zich voor hen schuil.
Gerelateerd aan Markus 8:13
Johannes 8:21
Hij nam opnieuw het woord en zei: ‘Ik ga weg, en u zult me zoeken. Maar u zult in uw zonde sterven. Waar ik naartoe ga, daar kunt u niet komen.’
Gerelateerd aan Markus 8:13
Zacharia 11:8
In één maand ontdeed ik me van drie herders. Ik verloor mijn geduld met het vee, dat een afkeer van mij kreeg,
Gerelateerd aan Markus 8:13
Jeremia 23:33
En als een profeet, een priester of wie dan ook vraagt: “Welke last geeft de HEER ons met zijn woorden te dragen?” antwoord dan: Jullie zelf zijn die last, maar ik zal jullie afwerpen-spreekt de HEER.