SV
1En Hij ging wederom in de synagoge; en aldaar was een mens, hebbende een verdorde hand.
2En zij namen Hem waar, of Hij op den sabbat hem genezen zou, opdat zij Hem beschuldigen mochten.
3En Hij zeide tot den mens, die de verdorde hand had: Sta op in het midden.
4En Hij zeide tot hen: Is het geoorloofd op sabbatdagen goed te doen, of kwaad te doen, een mens te behouden, of te doden? En zij zwegen stil.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637