Gerelateerd aan Markus 14:5
Gerelateerd aan Markus 14:5
Johannes 13:29
omdat Judas de kas beheerde, dachten sommigen dat Jezus bedoelde dat hij inkopen voor het feest moest doen, of dat hij iets aan de armen moest geven.
Gerelateerd aan Markus 14:5
Mattheüs 18:28
Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van de andere dienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij nam hem in een wurggreep en beet hem toe: “Betaal me alles wat je me schuldig bent!”
Gerelateerd aan Markus 14:5
Exodus 16:7
en morgen, in de ochtend, zult u de majesteit van de HEER zien. Hij heeft gehoord hoe u zich beklaagt. Dat is tegen hem gericht, want wie zijn wij dat u zich bij ons zou beklagen?'
Gerelateerd aan Markus 14:5
Lukas 15:2
Maar zowel de Farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’
Gerelateerd aan Markus 14:5
Psalmen 106:25
Ze bleven klagend in hun tenten en wilden niet luisteren naar de HEER.
Gerelateerd aan Markus 14:5
Deuteronomium 1:27
U zat in uw tenten te klagen: ‘De HEER moet ons wel haten! Hij heeft ons alleen maar uit Egypte weggehaald om ons uit te leveren aan de Amorieten en om ons te laten uitroeien.
Gerelateerd aan Markus 14:5
Filippensen 2:14
Doe alles zonder morren en tegenspreken,
Gerelateerd aan Markus 14:5
Johannes 6:43
Jezus zei: ‘Ik hoor u bezwaren maken.
Gerelateerd aan Markus 14:5
1 Korinthe 10:10
En kom niet in opstand, zoals weer anderen deden, want daardoor werden ze door de doodsengel vernietigd.
Gerelateerd aan Markus 14:5
Efeze 4:28
Laat wie steelt niet meer stelen, maar eerlijk de kost verdienen door zelf hard te werken om iets weg te kunnen geven aan wie het nodig heeft.
Gerelateerd aan Markus 14:5
Mattheüs 20:11
Toen ze die in handen hadden, gingen ze bij de landheer hun beklag doen:
Gerelateerd aan Markus 14:5
Judas 1:16
Ze doen niets anders dan zeuren en zagen, ze laten zich leiden door hun begeerten, brallen maar wat en praten anderen naar de mond om er zelf beter van te worden.
Gerelateerd aan Markus 14:5
Johannes 12:5
‘Waarom is die olie niet voor driehonderd denarie verkocht om het geld aan de armen te geven?’
Gerelateerd aan Markus 14:5
Johannes 6:7
Filippus antwoordde: ‘Zelfs tweehonderd denarie zou niet voldoende zijn om iedereen een klein stukje brood te geven.’