Gerelateerd aan Markus 13:3

Gerelateerd aan Markus 13:3

Mattheüs 21:1

Toen ze Jeruzalem naderden en bij Betfage op de Olijfberg kwamen, stuurde Jezus er twee leerlingen op uit.
Gerelateerd aan Markus 13:3

Markus 4:34

hij sprak alleen in gelijkenissen tegen hen, maar wanneer hij alleen was met zijn leerlingen, verklaarde hij hun alles.
Gerelateerd aan Markus 13:3

Mattheüs 24:3

Op de Olijfberg ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen, en nu ze onder elkaar waren vroegen ze: ‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we uw komst en de voltooiing van deze wereld herkennen?’
Gerelateerd aan Markus 13:3

Markus 14:33

Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee. Hij voelde zich onrustig en angstig worden
Gerelateerd aan Markus 13:3

Mattheüs 13:36

Daarop stuurde hij de mensen weg en ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij hem en vroegen: ‘Wilt u ons de gelijkenis van het onkruid op de akker uitleggen?’
Gerelateerd aan Markus 13:3

Markus 1:16

Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag hij Simon en Andreas, de broer van Simon, die hun netten uitwierpen in het meer; het waren vissers.
Gerelateerd aan Markus 13:3

Mattheüs 17:1

Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze alleen waren.
Gerelateerd aan Markus 13:3

Markus 9:2

Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze helemaal alleen waren. Voor hun ogen veranderde hij van gedaante,
Gerelateerd aan Markus 13:3

Markus 5:37

Hij stond niemand toe om met hem mee te gaan, behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus.
Gerelateerd aan Markus 13:3

Johannes 1:40

Een van de twee die gehoord hadden wat Johannes zei en Jezus gevolgd waren, was Andreas, de broer van Simon Petrus.
Gerelateerd aan Markus 13:3

Markus 10:35

Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, kwamen bij hem en zeiden: ‘Meester, we willen dat u voor ons doet wat we u vragen.’
Gerelateerd aan Markus 13:3

Mattheüs 13:10

De leerlingen kwamen naar hem toe en vroegen: ‘Waarom spreekt u in gelijkenissen tot hen?’