Gerelateerd aan Maleachi 1:2-3

Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Jeremia 31:3

Van ver ben ik naar je toe gekomen, vrouwe Israël. Ik heb je altijd liefgehad, mijn liefde zal je altijd vergezellen.
Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Jesaja 41:8

Maar jou, Israël, mijn dienaar, Jakob, die ik uitgekozen heb, nakomeling van Abraham, mijn vriend,
Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Deuteronomium 10:15

heeft toch alleen voor úw voorouders liefde opgevat en uit alle volken juist u, hun nazaten, uitgekozen!
Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Deuteronomium 7:6

Want u bent een volk dat aan de HEER, uw God, is gewijd. U bent door hem uitgekozen om, anders dan alle andere volken op aarde, zijn kostbaar bezit te zijn.
Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Deuteronomium 32:8

Toen de Allerhoogste land toewees aan elk volk en de mensen ieder hun deel gaf, bepaalde hij de grenzen voor alle volken naar het aantal nazaten van Israël,
Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Romeinen 11:28

Ze zijn Gods vijanden geworden opdat het evangelie aan u kon worden verkondigd, maar God blijft hen liefhebben omdat hij de aartsvaders heeft uitgekozen.
Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Deuteronomium 4:37

De HEER heeft uw voorouders liefgehad en hun nageslacht uitgekozen, en hij zelf heeft u met zijn grote macht uit Egypte bevrijd
Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Maleachi 3:13

Jullie hebben tegen elkaar harde woorden over mij gesproken-zegt de HEER -,en jullie vragen: 'Wat hebben we dan over u gezegd?'
Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Romeinen 9:10

Sterker nog, Rebekka was van onze vader Isaak zwanger van een tweeling,
Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Genesis 48:4

Hij heeft me gezegd: “Ik zal je vruchtbaar maken en je veel nakomelingen geven; er zal een groot aantal volken uit je voortkomen. En dit land zal ik jouw nakomelingen voor altijd in bezit geven.”
Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Maleachi 1:6

Een zoon eert zijn vader, een dienaar zijn heer. Als ik jullie vader ben, waar is dan je eerbied voor mij; als ik jullie heer ben-zegt de HEER van de hemelse machten-, waar is dan je ontzag voor mij? Jullie, priesters, minachten mijn naam, en zeggen dan: 'Hoezo minachten wij uw naam?'
Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Genesis 25:23

De HEER zei tegen haar: ‘Twee volken zijn er in je schoot, volken die uiteengaan nog voor je hebt gebaard. Het ene zal machtiger zijn dan het andere, de oudste zal de jongste dienen.’
Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Genesis 27:33

Toen schrok Isaak hevig en zei: ‘Maar wie was het dan die mij net een stuk wild heeft gebracht dat hij geschoten had? Ik heb ervan gegeten voordat jij kwam en ik heb hem gezegend. En die zegen zal op hem blijven rusten!’
Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Jeremia 2:31

Let op de woorden van de HEER, Israël! Was ik voor jullie een woestijn, of een land vol duisternis? Waarom zegt mijn volk: “Wij willen niet gebonden zijn, wij komen niet meer naar u toe”?
Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Maleachi 2:17

Met jullie gepraat vallen jullie de HEER lastig, en dan vragen jullie: 'Hoezo vallen wij hem lastig?' Door te zeggen: 'Iedereen die kwaad doet, doet wat goed is in de ogen van de HEER, zulke mensen bevallen hem.' Of: 'Waar is nu de God die rechtspreekt?'
Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Maleachi 3:7

Jullie voorouders hielden zich al niet aan mijn geboden, en ook jullie doen dat niet. Keer terug naar mij-zegt de HEER van de hemelse machten-, dan zal ik naar jullie terugkeren; en jullie zeggen: 'Hoezo moeten we terugkeren?'
Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Genesis 28:3

God, de Ontzagwekkende, moge je zegenen, je vruchtbaar maken en je veel nakomelingen geven, zodat er een groot aantal volken uit je voortkomt.
Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Jesaja 43:4

Jij bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol, en ik houd zo veel van je dat ik de mensheid geef in ruil voor jou, ja alle volken om jou te behouden.
Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Jeremia 2:5

Dit zegt de HEER: Welk onrecht heb ik jullie voorouders gedaan dat ze mij hebben verlaten, dat ze achter nietige goden aan liepen en zelf nietswaardig werden?
Gerelateerd aan Maleachi 1:2

Genesis 32:28

(32:29) Daarop zei hij: ‘Voortaan zal je naam niet Jakob zijn maar Israël, want je hebt met God en mensen gestreden en je hebt gewonnen.’
1
2
3
Volgende