Gerelateerd aan Lukas 6:14

Gerelateerd aan Lukas 6:14

Handelingen 1:13

Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus.
Gerelateerd aan Lukas 6:14

Mattheüs 4:21

Even verderop zag hij twee andere broers, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes. Ze waren met hun vader in hun boot bezig met het herstellen van de netten. Hij riep hen
Gerelateerd aan Lukas 6:14

Mattheüs 4:18

Toen hij langs het meer liep, zag hij twee broers, Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Ze wierpen hun net uit in het meer, het waren vissers.
Gerelateerd aan Lukas 6:14

2 Petrus 1:1

Van Simeon Petrus, dienaar en apostel van Jezus Christus. Aan allen die dankzij de rechtvaardigheid van onze God en van onze redder Jezus Christus hetzelfde kostbare geloof hebben ontvangen als wij.
Gerelateerd aan Lukas 6:14

Johannes 14:8

Daarop zei Filippus: ‘Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen we niet.’
Gerelateerd aan Lukas 6:14

Johannes 1:45

Hij kwam Natanaël tegen en zei tegen hem: ‘We hebben de man gevonden over wie Mozes in de wet geschreven heeft en over wie ook de profeten spreken: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret!’
Gerelateerd aan Lukas 6:14

Johannes 6:5

Toen Jezus om zich heen keek en zag dat die menigte naar hem toe kwam, vroeg hij aan Filippus: ‘Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven?’
Gerelateerd aan Lukas 6:14

Markus 9:2

Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze helemaal alleen waren. Voor hun ogen veranderde hij van gedaante,
Gerelateerd aan Lukas 6:14

Johannes 1:40

Een van de twee die gehoord hadden wat Johannes zei en Jezus gevolgd waren, was Andreas, de broer van Simon Petrus.
Gerelateerd aan Lukas 6:14

Lukas 5:10

zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’
Gerelateerd aan Lukas 6:14

Markus 1:29

Toen ze uit de synagoge kwamen, gingen ze rechtstreeks naar het huis van Simon en Andreas, samen met Jakobus en Johannes.
Gerelateerd aan Lukas 6:14

Markus 5:37

Hij stond niemand toe om met hem mee te gaan, behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus.
Gerelateerd aan Lukas 6:14

Johannes 21:15

Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus aan: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?’ Petrus antwoordde: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.’ Hij zei: ‘Weid mijn lammeren.’
Gerelateerd aan Lukas 6:14

Johannes 6:8

Een van de leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zei:
Gerelateerd aan Lukas 6:14

Markus 1:19

Iets verderop zag hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, die in hun boot bezig waren met het herstellen van de netten,
Gerelateerd aan Lukas 6:14

Lukas 5:8

Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.’
Gerelateerd aan Lukas 6:14

Handelingen 12:2

Jakobus, de broer van Johannes, liet hij met het zwaard ter dood brengen.
Gerelateerd aan Lukas 6:14

Mattheüs 10:3

Filippus en Bartolomeüs, Tomas en de tollenaar Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Taddeüs,
Gerelateerd aan Lukas 6:14

Markus 14:33

Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee. Hij voelde zich onrustig en angstig worden