Gerelateerd aan Lukas 3:7

Gerelateerd aan Lukas 3:7

Mattheüs 23:33

Slangen zijn jullie, addergebroed, hoe denken jullie te kunnen ontkomen aan een veroordeling tot de Gehenna?
Gerelateerd aan Lukas 3:7

1 Thessalonicensen 1:10

en om zijn Zoon te verwachten uit de hemel: Jezus, die hij uit de dood heeft doen opstaan en die ons zal redden van het komende oordeel.
Gerelateerd aan Lukas 3:7

Mattheüs 12:34

Addergebroed! Hoe kunt u iets goeds zeggen terwijl u zelf slecht bent? Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over.
Gerelateerd aan Lukas 3:7

Psalmen 58:4

(58:5) Giftig zijn ze als een bijtende adder, doof als een slang die zijn oren sluit,
Gerelateerd aan Lukas 3:7

Handelingen 13:10

zei hij: ‘U bent een bedrieger, een gewetenloze oplichter, een kind van de duivel en een vijand van elke vorm van gerechtigheid. Hoe durft u de rechte wegen van de Heer te veranderen in kronkelpaden?
Gerelateerd aan Lukas 3:7

Mattheüs 3:7

Toen hij zag dat veel Farizeeën en Sadduceeën op zijn doop afkwamen, zei hij tegen hen: ‘Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel?
Gerelateerd aan Lukas 3:7

Jesaja 59:5

Ze broeden slangeneieren uit, ze weven spinnenwebben. Wie hun eieren eet zal eraan sterven; als er een wordt ingedrukt, komt er een adder uit.
Gerelateerd aan Lukas 3:7

Genesis 3:15

Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop, jij bijt hen in de hiel.’
Gerelateerd aan Lukas 3:7

1 Johannes 3:8

en wie zondigt komt uit de duivel voort, want de duivel heeft vanaf het begin gezondigd. De Zoon van God is dan ook verschenen om de daden van de duivel teniet te doen.
Gerelateerd aan Lukas 3:7

Johannes 8:44

Uw vader is de duivel, en u doet maar al te graag wat uw vader wil. Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen.
Gerelateerd aan Lukas 3:7

Hebreeën 6:18

Met deze twee onomkeerbare daden-die uitsluiten dat God liegt-heeft hij ons krachtig moed in willen spreken. Onze toevlucht is het vast te houden aan de hoop op wat voor ons in het verschiet ligt.