Gerelateerd aan Lukas 2:34-35
Gerelateerd aan Lukas 2:34
1 Petrus 2:7
Kostbaar is hij voor u, die erop vertrouwen. Voor wie er niet op vertrouwen, geldt echter: 'De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden.'
Gerelateerd aan Lukas 2:34
1 Korinthe 1:23
maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden aanstootgevend en voor heidenen dwaas.
Gerelateerd aan Lukas 2:34
Mattheüs 21:44
Wie over die steen struikelt zal gebroken worden, en iedereen op wie die steen valt zal worden verpletterd.’
Gerelateerd aan Lukas 2:34
Handelingen 9:1
Intussen bedreigde Saulus de leerlingen van de Heer nog steeds met de dood. Hij ging naar de hogepriester
Gerelateerd aan Lukas 2:34
Hosea 14:9
(14:10) Wie inzicht heeft doorgrondt deze woorden, wie wijs is neemt ze ter harte. Want de wegen van de HEER zijn recht: wie rechtvaardig is verlaat ze niet, maar wie zich verzet komt ten val.
Gerelateerd aan Lukas 2:34
Jesaja 8:14
Hij zal een heiligdom zijn, maar ook de steen waaraan men zich stoot, de rots waarover de twee koningshuizen van Israël struikelen, de valstrik en het net waarin de inwoners van Jeruzalem verstrikt raken.
Gerelateerd aan Lukas 2:34
Johannes 9:24
Toen riepen ze de man die blind geweest was weer bij zich. ‘Geef Gód de eer, ‘zeiden ze, ‘die man is een zondaar, dat weten we toch.’
Gerelateerd aan Lukas 2:34
Mattheüs 27:40
‘Jij was toch de man die de tempel kon afbreken en in drie dagen weer opbouwen? Als je de Zoon van God bent, red jezelf dan maar en kom van dat kruis af!’
Gerelateerd aan Lukas 2:34
Handelingen 6:7
Het woord van God vond steeds meer gehoor, zodat het aantal leerlingen in Jeruzalem sterk groeide; ook een grote groep priesters aanvaardde het geloof.
Gerelateerd aan Lukas 2:34
2 Korinthe 2:15
Wij zijn de wierook die Christus brandt voor God, zowel onder hen die worden gered als onder hen die verloren gaan.
Gerelateerd aan Lukas 2:34
Johannes 5:18
Vanaf dat moment probeerden de Joden hem te doden, omdat hij niet alleen de sabbat ondermijnde, maar bovendien God zijn eigen Vader noemde, en zichzelf zo aan God gelijkstelde.
Gerelateerd aan Lukas 2:34
Handelingen 4:26
De koningen van de aarde zijn aangetreden en de heersers spannen samen tegen de Heer en zijn gezalfde.”
Gerelateerd aan Lukas 2:34
Mattheüs 26:65
Hierop scheurde de hogepriester zijn kleren en hij riep uit: ‘Hij heeft God gelasterd! Waarvoor hebben we nog getuigen nodig? Nu hebt u met eigen oren gehoord hoe hij God lastert.
Gerelateerd aan Lukas 2:34
Genesis 14:19
en sprak een zegen over Abram uit: ‘Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, schepper van hemel en aarde.
Gerelateerd aan Lukas 2:34
Psalmen 69:9
(69:10) De hartstocht voor uw huis heeft mij verteerd, de smaad van wie u smaadt, is op mij neergekomen.
Gerelateerd aan Lukas 2:34
Leviticus 9:22
Daarna strekte hij zijn handen naar het volk uit en zegende het. Nadat Aäron de offers had opgedragen, daalde hij af van het altaar
Gerelateerd aan Lukas 2:34
Genesis 47:7
Hierna bracht Jozef zijn vader Jakob bij de farao en stelde hem aan de farao voor. Jakob begroette hem met een zegenwens.
Gerelateerd aan Lukas 2:34
Jesaja 8:18
Ik ben, met de kinderen die de HEER mij heeft gegeven, een teken voor Israël, een zinnebeeld van de HEER van de hemelse machten, die op de Sion woont.
Gerelateerd aan Lukas 2:34
Hebreeën 7:1
Want deze Melchisedek, koning van Salem en priester van de allerhoogste God, ging Abraham tegemoet toen deze terugkeerde van zijn overwinning op de koningen, en zegende hem,
Gerelateerd aan Lukas 2:34
Handelingen 17:6
maar toen ze hen daar niet aantroffen, sleepten ze Jason en enkele andere leerlingen mee naar de stadsprefecten, tegen wie ze schreeuwden: ‘De mensen die in het hele rijk de orde verstoren, zijn nu ook hier gekomen,
1
2
3