Gerelateerd aan Leviticus 6:26

Gerelateerd aan Leviticus 6:26

Leviticus 10:17

'Waarom hebben jullie het vlees van het reinigingsoffer niet opgegeten, op een heilige plaats? Het is allerheiligst en de HEER heeft het aan jullie gegeven om de schuld van het volk weg te nemen en voor hen verzoening te bewerken.
Gerelateerd aan Leviticus 6:26

Ezechiel 44:28

Wat hun grondgebied betreft: ikzelf zal hun grondgebied zijn. Eigen grond mogen jullie hun in Israël niet geven: ikzelf zal hun eigen grond zijn.
Gerelateerd aan Leviticus 6:26

Hosea 4:8

Ze teren op de zonden van mijn volk en hongeren naar nog meer.
Gerelateerd aan Leviticus 6:26

Ezechiel 42:13

De man zei tegen mij: 'De zijhallen op het noorden en die op het zuiden, aan het plein, zijn heilige zijhallen, want daar eten de priesters, die in de nabijheid van de HEER komen, de allerheiligste offers. Daar leggen ze de allerheiligste offers neer: de graanoffers, reinigingsoffers en hersteloffers, want die plaats is heilig.
Gerelateerd aan Leviticus 6:26

Ezechiel 46:20

Hij zei tegen mij: 'Dit is de ruimte waar de priesters de hersteloffers en de reinigingsoffers bereiden en waar ze de graanoffers klaarmaken. Zo hoeven ze die niet naar de buitenhof te brengen, waardoor ze het volk heilig zouden maken.'
Gerelateerd aan Leviticus 6:26

Numeri 18:9

Wat van de allerheiligste gaven niet verbrand wordt, komt jou toe. Dit geldt voor alle gaven die de Israëlieten mij brengen bij hun graanoffers, hun reinigingsoffers en hun hersteloffers. De allerheiligste gaven komen jou en je zonen toe.
Gerelateerd aan Leviticus 6:26

Leviticus 6:16

(6:9) Wat overblijft, is bestemd voor Aäron en zijn zonen. Het moet worden gegeten in de vorm van ongedesemd brood, op een heilige plaats, binnen de omheining van de ontmoetingstent.
Gerelateerd aan Leviticus 6:26

Exodus 27:9

De ruimte rond de tabernakel moet worden afgeschermd. Aan de zuidkant moeten over een lengte van honderd el doeken van getwijnd linnen komen,
Gerelateerd aan Leviticus 6:26

Exodus 38:9

De ruimte rond de tabernakel werd afgeschermd. Aan de zuidkant kwamen over een lengte van honderd el doeken van getwijnd linnen,
Gerelateerd aan Leviticus 6:26

Exodus 40:33

Hij schermde de ruimte rondom de tabernakel en het altaar af en hij hing voor de ingang het gordijn op. Zo legde Mozes de laatste hand aan het werk.