Gerelateerd aan Leviticus 3:11

Gerelateerd aan Leviticus 3:11

Leviticus 21:6

Ze zijn voor hun God geheiligd en mogen de naam van hun God niet ontwijden. Zij bieden de HEER de offergaven aan, het voedsel van hun God, en daarom mogen ze zich niet ontwijden.
Gerelateerd aan Leviticus 3:11

Leviticus 21:17

'Zeg tegen Aäron: "Als een van je nakomelingen een gebrek heeft, mag hij niet aantreden om voedsel aan te bieden aan zijn God. Dat geldt voor alle komende generaties.
Gerelateerd aan Leviticus 3:11

Leviticus 3:5

De zonen van Aäron verbranden dit alles samen met het brandoffer dat op het houtvuur op het altaar ligt, als een geurige gave die de HEER behaagt.
Gerelateerd aan Leviticus 3:11

Leviticus 21:8

Respecteer zijn heilige status, want hij biedt jullie God voedsel aan. Hij moet als heilig beschouwd worden, want ik, de HEER, ben heilig en ik heilig jullie.
Gerelateerd aan Leviticus 3:11

Leviticus 3:16

De priester doet dit alles op het altaar in rook opgaan, als voedsel, als een geurige gave. Al het vet is bestemd voor de HEER.
Gerelateerd aan Leviticus 3:11

Maleachi 1:7

Jullie brengen verwerpelijk voedsel naar mijn tafel, en zeggen dan: 'Hoezo hebben wij u verworpen?' Door te beweren dat mijn altaar de moeite niet waard is!
Gerelateerd aan Leviticus 3:11

Ezechiel 44:7

Jullie hebben vreemdelingen, onbesneden van hart en van lichaam, in mijn heiligdom toegelaten en zo is mijn tempel ontwijd. Jullie hebben mij vet en bloed als voedsel aangeboden, maar met al jullie wangedrag het verbond met mij verbroken.
Gerelateerd aan Leviticus 3:11

Numeri 28:2

'Laat de Israëlieten ervoor zorgen dat ze mij op de vastgestelde tijden mijn offers brengen, het voedsel dat mij wordt aangeboden als een geurige gave die mij behaagt.
Gerelateerd aan Leviticus 3:11

Leviticus 21:21

Geen enkele nakomeling van de priester Aäron die een gebrek heeft, mag aantreden om de offergaven aan de HEER aan te bieden. Omdat hij een gebrek heeft mag hij niet aantreden om voedsel aan zijn God aan te bieden.
Gerelateerd aan Leviticus 3:11

Leviticus 22:25

en ook van vreemdelingen mag je zulke dieren niet aannemen om ze als voedsel aan jullie God aan te bieden, want ze zijn verminkt. Ze hebben een gebrek en zullen daarom niet als offer aanvaard worden."'
Gerelateerd aan Leviticus 3:11

Openbaring 3:20

Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, ik met hem en hij met mij.
Gerelateerd aan Leviticus 3:11

Romeinen 8:32

Zal hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met hem niet alles schenken?
Gerelateerd aan Leviticus 3:11

1 Korinthe 10:21

U kunt niet drinken uit de beker van de Heer en ook uit die van demonen, u kunt niet deelnemen aan de maaltijd van de Heer en ook aan die van demonen.
Gerelateerd aan Leviticus 3:11

Psalmen 22:14

(22:15) Als water ben ik uitgegoten, mijn gebeente valt uiteen, mijn hart is als was, het smelt in mijn lijf.
Gerelateerd aan Leviticus 3:11

Jesaja 53:4

Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd.
Gerelateerd aan Leviticus 3:11

Maleachi 1:12

maar jullie ontwijden hem door te beweren dat mijn altaar verontreinigd mag worden, door te denken dat je er minderwaardig voedsel heen kunt brengen.