Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Jozua 6:17
Maar op de stad en alles wat erin is rust de ban van de HEER: ze is onvoorwaardelijk aan de HEER gewijd en moet vernietigd worden. Alleen de hoer Rachab mag in leven blijven, samen met iedereen die bij haar in huis is, want zij heeft onze verkenners een schuilplaats gegeven.
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Leviticus 27:21
Het vervalt dan in het jubeljaar onherroepelijk als heilige gave aan de HEER; het wordt eigendom van de priester.
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Deuteronomium 20:16
Maar daarbinnen, in de steden van het land dat de HEER, uw God, u als grondgebied zal geven, mag u geen mens in leven laten.
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Exodus 22:20
(22:19) Wie aan andere goden offers brengt, en niet uitsluitend aan de HEER, moet onder de ban worden geplaatst en gedood worden.
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Deuteronomium 25:19
Vergeet het niet! En wanneer straks de HEER, uw God, u vrede heeft gegeven in het land dat u als grondgebied van hem krijgt, door u te verlossen van de vijanden die u omringen, zorg er dan voor dat niets op aarde nog aan het volk van Amalek herinnert.
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Numeri 21:2
Toen deden de Israëlieten de HEER deze gelofte: 'Als u dit volk aan ons uitlevert, zullen wij hun steden volledig vernietigen.'
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Galaten 3:10
Maar iedereen die op de wet vertrouwt is vervloekt, want er staat geschreven: 'Vervloekt is eenieder die niet alles doet wat het boek van de wet bepaalt.'
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Jozua 7:1
Maar Israël schond de ban. Er was een zekere Achan: hij was een zoon van Karmi, die een zoon was van Zabdi, de zoon van Zerach, en hij was afkomstig uit de stam Juda. Deze Achan vergreep zich aan de goederen die onvoorwaardelijk aan de HEER gewijd waren. Hierop ontstak de HEER in woede tegen het volk van Israël.
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Romeinen 9:3
Omwille van mijn volksgenoten, de broeders en zusters met wie ik mijn afkomst deel, zou ik bijna bidden zelf vervloekt te worden en van Christus gescheiden te zijn;
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Mattheüs 25:41
Daarop zal hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen.
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Handelingen 23:12
Toen de dag aanbrak, verzamelde zich een groep Joden, die zwoeren dat ze niet zouden eten of drinken voor ze Paulus hadden gedood.
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Deuteronomium 7:1
Straks zal de HEER, uw God, u naar het land brengen dat u in bezit zult nemen en veel volken voor u op de vlucht jagen: de Hethieten, de Girgasieten, de Amorieten, de Kanaänieten, de Perizzieten, de Chiwwieten en de Jebusieten-zeven volken die groter en machtiger zijn dan u.
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Richteren 21:18
Maar wij kunnen hun onze dochters niet tot vrouw geven, want we hebben onder elkaar een vloek afgeroepen over ieder die een vrouw aan Benjamin geeft.'
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Jozua 7:11
Israël heeft gezondigd. Ze hebben het gewaagd de regels van het verbond te overtreden die ik hun gegeven heb. Ze hebben zich vergrepen aan de goederen waarop mijn ban rustte. Ze hebben die gestolen, en dat ook nog eens proberen te verdoezelen door ze tussen hun eigen bezittingen te verbergen.
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Deuteronomium 13:15
(13:16) dan moet u de inwoners van die stad ter dood brengen. De hele stad, iedereen die er woont, en alle dieren moeten onvoorwaardelijk aan de HEER worden gewijd en gedood worden,
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Numeri 18:14
Alles in Israël waarop mijn ban rust, is voor jou.
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Richteren 11:30
Hij beloofde de HEER: 'Als u de Ammonieten aan mij uitlevert,
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Richteren 21:5
Daarna vroegen ze: 'Wie van ons heeft er niet deelgenomen aan de volksvergadering in Mispa?' De Israëlieten hadden namelijk plechtig gezworen dat ieder die niet naar het heiligdom van de HEER in Mispa was gekomen, ter dood zou worden gebracht.
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Jozua 6:26
Jozua liet het volk de volgende eed zweren: 'Wij vervloeken ten overstaan van de HEER iedere man die het waagt deze stad, Jericho, weer op te bouwen. Hij zal de fundamenten leggen ten koste van zijn oudste zoon en de poortdeuren bevestigen ten koste van zijn jongste zoon.'
Gerelateerd aan Leviticus 27:28
Galaten 3:13
Maar Christus Jezus heeft ons vrijgekocht van deze vloek door voor ons te worden vervloekt, want er staat geschreven: 'Vervloekt is ieder mens die aan een paal hangt.'
1
2