Gerelateerd aan Leviticus 26:37
Gerelateerd aan Leviticus 26:37
Jozua 7:12
Daarom kan het volk van Israël niet standhouden tegen zijn vijanden. Het zal voor zijn vijanden op de vlucht slaan, omdat het nu zelf aan de vernietiging is prijsgegeven. Ik zal jullie niet meer bijstaan als jullie je niet van de gestolen goederen ontdoen.
Gerelateerd aan Leviticus 26:37
Richteren 2:14
Toen ontstak de HEER in woede tegen de Israëlieten. Hij leverde hen uit aan roversbenden en aan de hen omringende vijanden, zodat ze daartegen geen stand meer hielden.
Gerelateerd aan Leviticus 26:37
Numeri 14:42
Trek niet ten strijde, want de HEER is niet in uw midden. Doet u het toch, dan zult u door uw vijanden verslagen worden,
Gerelateerd aan Leviticus 26:37
1 Samuel 14:15
Er ging een siddering door het kamp in het veld en door de bezetting van de wachtpost, en ook de stoottroepen rilden van schrik. De aarde beefde, en alle Filistijnen sidderden van angst voor God.
Gerelateerd aan Leviticus 26:37
Richteren 7:22
Terwijl de driehonderd Israëlieten op hun ramshoorns bliezen, liet de HEER de Midjanieten in heel het kamp het zwaard tegen elkaar opnemen, tot ze uiteindelijk op de vlucht sloegen in de richting van Serera, naar Bet-Hassitta, tot aan de rivieroever bij Abel-Mechola, boven Tabbat.
Gerelateerd aan Leviticus 26:37
Jeremia 37:10
En ook al zouden jullie de Chaldese troepen, die jullie opnieuw zullen aanvallen, verslaan, dan zouden zelfs de gewonden die overblijven uit hun tenten komen en deze stad in vlammen doen opgaan.’
Gerelateerd aan Leviticus 26:37
Jesaja 10:4
In gevangenschap zullen zij zuchten, sneuvelen in de strijd. Maar nog is zijn woede niet bekoeld, nog is zijn hand tegen hen opgeheven.