Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Jeremia 9:11
Wie inzicht heeft, moet dit doorgronden, wie naar de HEER geluisterd heeft, moet het verkondigen.’ ‘Waarom wordt dit land te gronde gericht, verschroeit het als een woestijn, waar niemand nog doorheen trekt?’
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Jeremia 19:8
Ik maak van deze stad een voorwerp van spot en ontzetting. Ieder die er komt zal huiveren om het onheil dat haar getroffen heeft, ieder zal de adem in de keel stokken.
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Jeremia 18:16
Zo werd het land een woestenij, een voorwerp van blijvende afschuw. Ieder die voorbijkomt huivert, schudt vol ontzetting het hoofd.
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Jeremia 25:11
Heel dit land valt in puin en wordt een woestenij, en ook de omringende volken zullen de koning van Babylonië dienen, zeventig jaar lang.
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Jeremia 25:18
Jeruzalem en de steden van Juda, die in puin zouden vallen; de koningen en leiders, die afschuw en ontzetting zouden wekken, van wie de namen als een vloek zouden worden gebruikt, zoals nu al gebeurt;
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Ezechiel 5:15
Je zult worden bespot en gesmaad en als afschrikwekkend voorbeeld dienen voor de volken om je heen, wanneer ik je in mijn hevige woede zal straffen, wanneer ik met je zal afrekenen in mijn toorn-ik, de HEER , heb gesproken.
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
1 Koningen 9:8
en van deze tempel zal alleen een puinhoop overblijven, zodat ieder die er voorbijkomt zal huiveren en sissen van afschuw. En wie zich afvraagt waarom de HEER zo tegen dit land en deze tempel is opgetreden,
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Deuteronomium 28:37
U zult voor de inwoners van al die landen waarheen de HEER u verbant een schrikbeeld zijn, en een doelwit voor hun spotwoorden en schimpscheuten.
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Daniel 9:18
Geef, mijn God, gehoor aan ons en luister naar ons; open uw ogen en zie de verwoesting van de stad waaraan uw naam verbonden is. Niet omdat wij rechtvaardig zouden hebben gehandeld leggen wij onze smeekbeden aan u voor, maar omdat uw barmhartigheid groot is.
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Habakuk 3:17
Al zal de vijgenboom niet bloeien, al zal de wijnstok niets voortbrengen, al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen, al zal er geen koren op de akkers staan, al zal er geen schaap meer in de kooien zijn en geen rund meer binnen de omheining-
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Klaagliederen 4:12
Dat ooit een vijand of tegenstander de poorten van Jeruzalem zou binnengaan-de koningen der aarde noch haar bewoners konden het geloven.
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Klaagliederen 5:18
dat de Sion nu een woestenij is, dat vossen er ronddolen.
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Jeremia 44:2
‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Jullie hebben het onheil gezien waarmee ik Jeruzalem en de andere steden van Juda getroffen heb. Het zijn nu ruïnes waar niemand meer woont.
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Jesaja 6:11
Ik vroeg: ‘Hoe lang, Heer?’ Hij antwoordde: ‘Totdat de steden en huizen geheel verlaten zijn en er geen mens meer woont, tot heel het land verwoest is, één grote woestenij.
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Jesaja 5:9
Ik hoor de HEER van de hemelse machten zweren: ‘Al die huizen zullen tot puin vervallen, zelfs de grootste en mooiste worden niet meer bewoond.
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Lukas 21:20
Wanneer jullie zien dat Jeruzalem door legertroepen omsingeld is, weet dan dat de verwoesting van de stad nabij is.
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Jesaja 1:7
Je land is verwoest, je steden zijn verbrand. Vreemden stropen onder je ogen de akkers af, vreemdelingen maken alles tot een woestenij.
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Jeremia 44:22
De HEER kon jullie niet meer verdragen vanwege jullie kwalijke praktijken en gruwelijke daden. Daarom is jullie land de woestenij geworden die het nu is, een verschrikkelijke plaats waar niemand meer woont, waarvan de naam als een vloek wordt gebruikt.
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Jesaja 64:10
Onze heilige, luisterrijke tempel, waar onze voorouders u hebben vereerd, is ten prooi gevallen aan het vuur, en alles wat ons dierbaar was, is verwoest.
Gerelateerd aan Leviticus 26:32
Jeremia 25:38
Als een leeuw doemt hij op uit zijn schuilplaats, ja, hun land wordt tot een woestenij door het moordend geweld, door zijn grote toorn.’
1
2