Gerelateerd aan Leviticus 26:19
Gerelateerd aan Leviticus 26:19
Deuteronomium 28:23
De hemel boven uw hoofd zal van koper zijn en de grond onder uw voeten van ijzer.
Gerelateerd aan Leviticus 26:19
Jesaja 25:11
Moab spreidt zijn armen uit als iemand die tracht te zwemmen, maar hoe hij ook met zijn armen maait, de HEER laat hem door zijn hoogmoed ten onder gaan.
Gerelateerd aan Leviticus 26:19
Jeremia 13:9
‘Dit zegt de HEER: Op dezelfde manier zal ik de grote roem van Juda en Jeruzalem laten vergaan.
Gerelateerd aan Leviticus 26:19
Jeremia 14:1
Dit zijn de woorden die de HEER richtte tot Jeremia naar aanleiding van de grote droogte:
Gerelateerd aan Leviticus 26:19
Ezechiel 7:24
Wrede volken vallen aan, ze dringen de huizen binnen. Aan de hoogmoed van de machtigen maak ik een einde, al wat hun heilig is, wordt ontwijd.
Gerelateerd aan Leviticus 26:19
1 Samuel 4:11
De ark van God werd buitgemaakt en Chofni en Pinechas, de beide zonen van Eli, vonden de dood.
Gerelateerd aan Leviticus 26:19
1 Samuel 4:3
Toen het leger naar het kamp was teruggekeerd, vroegen de oudsten van Israël: 'Hoe komt het dat de HEER ons vandaag tegen de Filistijnen een nederlaag heeft laten lijden? De ark van het verbond met de HEER moet uit Silo hierheen worden gehaald. Dan zal de HEER in ons midden zijn en ons bevrijden uit de greep van onze vijanden.'
Gerelateerd aan Leviticus 26:19
Jesaja 2:12
Op die dag zal de HEER van de hemelse machten zich keren tegen ieder die hoogmoedig is en trots, tegen ieder die zich verheven acht-ze worden vernederd! -,
Gerelateerd aan Leviticus 26:19
Lukas 4:25
Maar ik zeg het jullie zoals het is: in de tijd van Elia, toen de hemel drie jaar en zes maanden lang gesloten bleef en er in het land een grote hongersnood uitbrak, waren er veel weduwen in Israël.
Gerelateerd aan Leviticus 26:19
Ezechiel 30:6
Dit zegt de HEER: Wie Egypte steunt zal vallen, en de kracht waarop dat land zich beroemt zal verschrompelen: van Migdol tot Syene vallen er doden door het zwaard-spreekt God, de HEER.
Gerelateerd aan Leviticus 26:19
Daniel 4:37
(4:34) Ik, Nebukadnessar, roem, verhef en verheerlijk nu de koning van de hemel. Al zijn daden zijn juist en zijn paden recht. Wie hoogmoedig zijn, kan hij vernederen.
Gerelateerd aan Leviticus 26:19
1 Koningen 17:1
De Tisbiet Elia uit Gilead zei tegen Achab: 'Zo waar de HEER leeft, de God van Israël, in wiens dienst ik sta, de eerstkomende jaren zal er geen dauw of regen komen tenzij ik het zeg.'
Gerelateerd aan Leviticus 26:19
Zefanja 3:11
Op die dag hoef je je niet meer te schamen voor alle daden waarmee je tegen mij in opstand kwam. Wie van overmoed vrolijk is laat ik uit je midden verdwijnen, op mijn heilige berg zul je niet meer hoogmoedig zijn.
Gerelateerd aan Leviticus 26:19
Jesaja 26:5
Hij haalt neer wie in de hoogte leven en veilig in hun onneembare vesting wonen. Hij brengt zelf hun stad ten val, hij maakt haar met de grond gelijk, niets laat hij van haar heel.