Gerelateerd aan Leviticus 26:1-2

Gerelateerd aan Leviticus 26:1

Leviticus 19:4

Laat je niet in met afgoden en maak geen godenbeelden. Ik ben de HEER, jullie God.
Gerelateerd aan Leviticus 26:1

Exodus 23:24

Neem hun gebruiken niet over, kniel niet neer voor hun goden en vereer ze niet; haal hun godenbeelden omver en verbrijzel hun gewijde stenen.
Gerelateerd aan Leviticus 26:1

Numeri 33:52

moeten jullie de bewoners van dat land verdrijven. Vernietig al hun stenen met afbeeldingen en al hun gegoten beelden, en verwoest de offerplaatsen.
Gerelateerd aan Leviticus 26:1

Exodus 20:4

Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde.
Gerelateerd aan Leviticus 26:1

Exodus 20:23

Je mag daarom geen goden van zilver of goud maken om die naast mij te vereren.
Gerelateerd aan Leviticus 26:1

Deuteronomium 16:21

U mag naast het altaar dat u voor de HEER, uw God, gaat bouwen geen Asjerapaal of wat voor gewijde paal ook plaatsen,
Gerelateerd aan Leviticus 26:1

Deuteronomium 5:8

Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde.
Gerelateerd aan Leviticus 26:1

Exodus 34:17

Maak geen godenbeelden.
Gerelateerd aan Leviticus 26:1

Deuteronomium 27:15

“Vervloekt is eenieder die een godenbeeld maakt en het op een geheime plaats bewaart; in de ogen van de HEER is het een gruwelijk maaksel van mensenhanden.” En heel het volk moet antwoorden: “Amen.”
Gerelateerd aan Leviticus 26:1

Jeremia 10:3

De gebruiken van die volken zijn niets waard. Ze hakken een stuk hout in het bos, een ambachtsman bewerkt het met zijn beitel,
Gerelateerd aan Leviticus 26:1

Openbaring 13:14

Het wist de mensen die op aarde leven te misleiden door de tekenen die het voor de ogen van het eerste beest kon verrichten. Het droeg hun op een beeld te maken voor het beest dat ondanks zijn steekwond toch leefde.
Gerelateerd aan Leviticus 26:1

Psalmen 115:4

Hun goden zijn van zilver en goud, gemaakt door mensenhanden.
Gerelateerd aan Leviticus 26:1

1 Korinthe 10:19

Wat wil ik met dit alles zeggen? Dat offervlees een bijzondere betekenis heeft? Of dat afgoden echt bestaan?
Gerelateerd aan Leviticus 26:1

Romeinen 2:22

U zegt dat men geen overspel mag plegen, maar pleegt u zelf geen overspel? U verafschuwt afgodsbeelden, maar pleegt u zelf geen heiligschennis?
Gerelateerd aan Leviticus 26:1

Jesaja 48:5

heb ik het je van tevoren aangekondigd, voordat het gebeurde liet ik het horen, opdat je niet zou zeggen: ‘Dat hebben mijn goden gedaan. Dat is gebeurd op bevel van mijn beelden.’
Gerelateerd aan Leviticus 26:1

Deuteronomium 4:16

misdraag u niet door een godenbeeld te maken, een afbeelding van welk wezen dan ook, man of vrouw,
Gerelateerd aan Leviticus 26:1

Handelingen 17:29

Maar als wij dan uit God voortkomen, mogen we niet denken dat het goddelijke gelijk is aan een beeld van goud of zilver of steen, het werk van een ambachtsman, door mensen bedacht.
Gerelateerd aan Leviticus 26:1

Jesaja 2:20

Op die dag zullen de mensen de afgoden, gesmeed van hun zilver en goud, gemaakt om te vereren, prijsgeven aan ratten en vleermuizen.
Gerelateerd aan Leviticus 26:1

Jesaja 44:9

Mensen die godenbeelden maken zijn niets, en van hun dierbare maaksels valt niets te verwachten. De mensen die van deze goden getuigen, zien niets en weten niets, zij zullen beschaamd staan.
Gerelateerd aan Leviticus 26:1

Openbaring 22:15

Buiten is de plaats voor de honden die zich bezighouden met toverij en ontucht, met moord en afgodendienst, voor iedereen die de leugen koestert en ernaar handelt.
1
2
Volgende