Gerelateerd aan Leviticus 23:40
Gerelateerd aan Leviticus 23:40
Filippensen 4:4
Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd.
Gerelateerd aan Leviticus 23:40
Deuteronomium 16:14
Vier dan uitbundig feest, samen met uw zonen en dochters, uw slaven, uw slavinnen, en de Levieten, de vreemdelingen, de weduwen en de wezen die bij u in de stad wonen.
Gerelateerd aan Leviticus 23:40
Johannes 12:13
haalden ze palmtakken en liepen ze de stad uit, hem tegemoet, terwijl ze riepen: ‘Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer, de koning van Israël.’
Gerelateerd aan Leviticus 23:40
Filippensen 3:3
Wij zijn het die besneden zijn, wij verrichten onze dienst door de Geest van God en laten ons voorstaan op Christus Jezus, niet op onszelf,
Gerelateerd aan Leviticus 23:40
Jesaja 35:10
Zij die de HEER heeft bevrijd, keren terug. Jubelend komen zij naar Sion, gekroond met eeuwige vreugde. Gejuich en vreugde trekken de stad binnen, gejammer en verdriet vluchten eruit weg.
Gerelateerd aan Leviticus 23:40
Psalmen 92:12
(92:13) De rechtvaardigen groeien op als een palm, als een ceder van de Libanon rijzen zij omhoog.
Gerelateerd aan Leviticus 23:40
Romeinen 5:11
En meer nog, dat wij God prijzen danken we aan onze Heer Jezus Christus, door wie we nu al met God zijn verzoend.
Gerelateerd aan Leviticus 23:40
Openbaring 7:9
Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het lam.
Gerelateerd aan Leviticus 23:40
Nehemia 8:14
In de wet die de HEER hun had opgelegd en die ze bij monde van Mozes hadden ontvangen, vonden ze opgetekend dat zij, de Israëlieten, tijdens een feest in de zevende maand in loofhutten moesten wonen,
Gerelateerd aan Leviticus 23:40
Jesaja 66:10
Laat allen die Jeruzalem liefhebben zich met haar verheugen en juichen om haar, laat allen die om haar treuren nu samen met haar jubelen.
Gerelateerd aan Leviticus 23:40
1 Petrus 1:8
U hebt hem lief zonder hem ooit gezien te hebben; en zonder hem nu te zien gelooft u in hem en ervaart u een onuitsprekelijke, hemelse vreugde,
Gerelateerd aan Leviticus 23:40
Johannes 16:22
Jullie hebben nu verdriet, maar ik zal jullie terugzien, en dan zul je blij zijn, en niemand zal je je vreugde afnemen.
Gerelateerd aan Leviticus 23:40
Mattheüs 21:8
Vanuit de menigte spreidden velen hun mantels op de weg uit, anderen braken twijgen van de bomen en spreidden die uit op de weg.