Gerelateerd aan Leviticus 23:34

Gerelateerd aan Leviticus 23:34

Nehemia 8:14

In de wet die de HEER hun had opgelegd en die ze bij monde van Mozes hadden ontvangen, vonden ze opgetekend dat zij, de Israëlieten, tijdens een feest in de zevende maand in loofhutten moesten wonen,
Gerelateerd aan Leviticus 23:34

Johannes 7:2

Nu naderde het Joodse Loofhuttenfeest,
Gerelateerd aan Leviticus 23:34

Ezra 3:4

en vierden het Loofhuttenfeest volgens de voorschriften: elke dag brachten ze het vereiste aantal brandoffers, zoveel offers dus als er voor iedere dag zijn voorgeschreven.
Gerelateerd aan Leviticus 23:34

Numeri 29:12

De vijftiende dag van de zevende maand moet u eveneens als heilige dag samen vieren; u mag dan niet werken. Vier ter ere van de HEER zeven dagen lang feest.
Gerelateerd aan Leviticus 23:34

Zacharia 14:16

De overlevenden van de volken die Jeruzalem hebben belaagd, zullen dan jaarlijks naar de stad komen om de HEER van de hemelse machten als koning te vereren en het Loofhuttenfeest te vieren.
Gerelateerd aan Leviticus 23:34

Johannes 1:14

Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.
Gerelateerd aan Leviticus 23:34

Exodus 34:22

Vier het Wekenfeest wanneer je de eerste opbrengst van de tarweoogst binnenhaalt, en het Inzamelingsfeest wanneer het jaar ten einde loopt.
Gerelateerd aan Leviticus 23:34

Exodus 23:16

Verder moeten jullie het Oogstfeest vieren, het feest van de eerste opbrengst van wat je op de akker gezaaid hebt, en tot slot, wanneer aan het eind van het jaar de hele oogst is binnengehaald, het Inzamelingsfeest.
Gerelateerd aan Leviticus 23:34

Deuteronomium 16:13

Wanneer het graan is gedorst en de druiven zijn geperst, moet u gedurende zeven dagen het Loofhuttenfeest vieren.
Gerelateerd aan Leviticus 23:34

Hebreeën 11:9

Door zijn geloof trok hij naar het land dat hem beloofd was maar hem nog niet toebehoorde. Samen met Isaak en Jakob, mede-erfgenamen van de belofte, woonde hij daar in tenten
Gerelateerd aan Leviticus 23:34

Hebreeën 11:13

Zij allen zijn in geloof gestorven; wat hun beloofd was zagen ze geen werkelijkheid worden, ze hebben slechts een glimp ervan begroet, en ze zeiden van zichzelf dat zij op aarde leefden als vreemdelingen en gasten.