Gerelateerd aan Leviticus 22:25

Gerelateerd aan Leviticus 22:25

Leviticus 21:6

Ze zijn voor hun God geheiligd en mogen de naam van hun God niet ontwijden. Zij bieden de HEER de offergaven aan, het voedsel van hun God, en daarom mogen ze zich niet ontwijden.
Gerelateerd aan Leviticus 22:25

Leviticus 21:8

Respecteer zijn heilige status, want hij biedt jullie God voedsel aan. Hij moet als heilig beschouwd worden, want ik, de HEER, ben heilig en ik heilig jullie.
Gerelateerd aan Leviticus 22:25

Numeri 15:14

En hetzelfde geldt voor vreemdelingen die in de toekomst tijdelijk of blijvend bij jullie wonen en die de HEER een offer willen brengen, een geurige gave die hem behaagt.
Gerelateerd aan Leviticus 22:25

Maleachi 1:7

Jullie brengen verwerpelijk voedsel naar mijn tafel, en zeggen dan: 'Hoezo hebben wij u verworpen?' Door te beweren dat mijn altaar de moeite niet waard is!
Gerelateerd aan Leviticus 22:25

Efeze 2:12

bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus, geen deel had aan het burgerschap van Israël en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden. U leefde in een wereld zonder hoop en zonder God.
Gerelateerd aan Leviticus 22:25

Leviticus 21:21

Geen enkele nakomeling van de priester Aäron die een gebrek heeft, mag aantreden om de offergaven aan de HEER aan te bieden. Omdat hij een gebrek heeft mag hij niet aantreden om voedsel aan zijn God aan te bieden.
Gerelateerd aan Leviticus 22:25

Ezra 6:8

En ik heb bevel gegeven dat u de oudsten van de Judeeërs moet steunen bij de bouw van de tempel van God: zij moeten de kosten steeds volledig vergoed krijgen uit de koninklijke schatkist, uit de belastingopbrengst van de provincie Trans-Eufraat, zolang als nodig is.
Gerelateerd aan Leviticus 22:25

Maleachi 1:12

maar jullie ontwijden hem door te beweren dat mijn altaar verontreinigd mag worden, door te denken dat je er minderwaardig voedsel heen kunt brengen.
Gerelateerd aan Leviticus 22:25

1 Johannes 5:18

We weten dat iemand die uit God geboren is niet zondigt. De Zoon, die uit God geboren werd, beschermt hem, zodat het kwaad geen vat op hem heeft.