Gerelateerd aan Leviticus 21:9

Gerelateerd aan Leviticus 21:9

Genesis 38:24

Ongeveer drie maanden later kwam men Juda vertellen dat Tamar, zijn schoondochter, zich als een hoer had gedragen en daardoor zwanger was. ‘Breng haar de stad uit, ‘zei Juda, ‘ze moet verbrand worden.’
Gerelateerd aan Leviticus 21:9

Jozua 7:15

Dan moet degene die wordt aangewezen als de schuldige, verbrand worden, hij en al de zijnen, want hij heeft het verbond met de HEER geschonden. Wat hij gedaan heeft is voor het volk van Israël een schanddaad."'
Gerelateerd aan Leviticus 21:9

Jozua 7:25

Jozua zei: 'Jij hebt ons in het ongeluk gestort! Daarom zal de HEER jou vandaag in het ongeluk storten.' Hij en al de zijnen werden door heel Israël gestenigd en verbrand.
Gerelateerd aan Leviticus 21:9

Leviticus 19:29

Ontwijd je dochters niet door hoeren van hen te maken, want dan verspreidt de ontucht zich onder het volk en zal er in het hele land zedeloosheid heersen.
Gerelateerd aan Leviticus 21:9

1 Samuel 2:34

Ten teken van dit alles zullen je beide zonen Chofni en Pinechas op één dag sterven.
Gerelateerd aan Leviticus 21:9

Titus 1:6

onberispelijke mannen, die maar één vrouw hebben, en gelovige kinderen die niet kunnen worden beschuldigd van schandelijk gedrag en ongehoorzaamheid.
Gerelateerd aan Leviticus 21:9

Leviticus 20:14

Wie met een vrouw trouwt en ook met haar moeder, begaat een schanddaad. Hij en beide vrouwen moeten worden verbrand, want dergelijke schanddaden mogen bij jullie niet voorkomen.
Gerelateerd aan Leviticus 21:9

Mattheüs 11:20

Daarop maakte hij de steden waar bijna al zijn wonderen hadden plaatsgevonden, het verwijt dat ze niet tot inkeer waren gekomen:
Gerelateerd aan Leviticus 21:9

Jesaja 33:14

De zondaars in Sion sidderen, de goddelozen worden door angst bevangen: ‘Wie van ons kan wonen in verterend vuur? Wie kan wonen in vuur dat eeuwig brandt?’
Gerelateerd aan Leviticus 21:9

1 Samuel 2:17

De HEER nam het wangedrag van Eli's zonen zeer hoog op; ze toonden geen eerbied voor de gaven die de HEER toekwamen.
Gerelateerd aan Leviticus 21:9

Ezechiel 9:6

Oude mensen, jonge mannen en vrouwen, moeders en kinderen-jullie moeten ze allemaal ombrengen, behalve de mensen die het merkteken dragen. Begin bij mijn heiligdom.' En ze begonnen bij de zeventig oudsten, die voor de tempel stonden.
Gerelateerd aan Leviticus 21:9

Maleachi 2:3

Ik zal jullie nageslacht treffen en jullie de mest van de offerdieren in het gezicht gooien. Jullie zullen uiteindelijk zelf op de mesthoop belanden!
Gerelateerd aan Leviticus 21:9

1 Timotheüs 3:4

Hij moet zijn huisgezin goed leiden en op een waardige manier gezag over zijn kinderen uitoefenen.
Gerelateerd aan Leviticus 21:9

1 Samuel 3:13

Ik heb hem aangekondigd dat ik onherroepelijk het vonnis over zijn familie zou voltrekken vanwege het wangedrag van zijn zonen: hij wist dat zij God minachtten, maar hij heeft ze niet terechtgewezen.