Gerelateerd aan Leviticus 16:6

Gerelateerd aan Leviticus 16:6

Leviticus 9:7

Tegen Aäron zei Mozes: 'Neem je plaats bij het altaar in en draag het reinigingsoffer en het brandoffer op om voor jezelf en het volk verzoening te bewerken. Draag daarna de offers van het volk op om voor hen verzoening te bewerken, zoals de HEER bevolen heeft.'
Gerelateerd aan Leviticus 16:6

Hebreeën 9:7

maar in de tweede tent gaat alleen de hogepriester binnen, slechts eenmaal per jaar en nooit zonder het bloed dat hij offert voor zichzelf en voor de zonden die het volk uit onwetendheid heeft begaan.
Gerelateerd aan Leviticus 16:6

Ezechiel 43:19

moet je de Levitische priesters, die nakomelingen van Sadok zijn en die in mijn nabijheid komen om mij te dienen-spreekt God, de HEER -,een jonge stier geven voor een reinigingsoffer.
Gerelateerd aan Leviticus 16:6

Ezra 10:18

De priesters die met uitheemse vrouwen waren getrouwd, waren: Uit de familie van Jesua, de zoon van Josadak, en uit die van zijn broers: Maäseja, Eliëzer, Jarib en Gedalja.
Gerelateerd aan Leviticus 16:6

Leviticus 8:14

Toen liet hij de stier voor het reinigingsoffer bij zich brengen. Aäron en zijn zonen legden hun hand op de kop van de stier.
Gerelateerd aan Leviticus 16:6

Hebreeën 5:2

Doordat hij zelf aan zwakheden ten prooi kan vallen, is hij bij machte begrip op te brengen voor hen die uit onwetendheid dwalen,
Gerelateerd aan Leviticus 16:6

Ezechiel 43:27

En wanneer die dagen voorbij zijn, kunnen de priesters vanaf de achtste dag op het altaar jullie brandoffers en vredeoffers opdragen, en dat zal mij met vreugde vervullen-spreekt God, de HEER.'
Gerelateerd aan Leviticus 16:6

Hebreeën 7:27

Hij hoeft niet, zoals de andere hogepriesters, elke dag eerst offers op te dragen voor zijn eigen zonden en dan voor die van het volk; dat heeft hij immers voor eens en altijd gedaan toen hij het offer van zijn leven bracht.
Gerelateerd aan Leviticus 16:6

Job 1:5

Nadat elk van zijn zonen zo'n feest had gegeven, liet Job hen bij zich komen voor een reinigingsritueel. Hij stond dan 's ochtends vroeg op om voor elk van hen een offer te brengen, want hij dacht bij zichzelf: Misschien hebben mijn kinderen wel gezondigd en God in hun hart vervloekt. Job deed dit telkens weer.