Gerelateerd aan Leviticus 16:21
Gerelateerd aan Leviticus 16:21
2 Korinthe 5:21
God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.
Gerelateerd aan Leviticus 16:21
Jesaja 53:6
Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de HEER op hem neerkomen.
Gerelateerd aan Leviticus 16:21
Spreuken 28:13
Wie zijn fouten verbergt, zal geen voorspoed kennen, wie ze toegeeft en vermijdt, krijgt vergeving.
Gerelateerd aan Leviticus 16:21
Psalmen 32:5
Toen beleed ik u mijn zonde, ik dekte mijn schuld niet toe, ik zei: 'Ik beken de HEER mijn ontrouw' -en u vergaf mij mijn zonde, mijn schuld. sela
Gerelateerd aan Leviticus 16:21
Psalmen 51:3
(51:5) Ik ken mijn wandaden, ik ben mij steeds van mijn zonden bewust,
Gerelateerd aan Leviticus 16:21
Nehemia 9:3
Zo stonden ze daar, en gedurende een vierde deel van de dag werd er voorgelezen uit het boek van de wet van de HEER, hun God, en nog eens een vierde deel van de dag beleden ze schuld en bogen ze zich neer voor de HEER, hun God.
Gerelateerd aan Leviticus 16:21
Nehemia 1:6
luister aandachtig en zie hoe uw dienaar dag en nacht tot u bidt ten behoeve van uw dienaren, de Israëlieten. Ik belijd de zonden die wij, Israëlieten, tegenover u hebben begaan, ook ik en mijn familie.
Gerelateerd aan Leviticus 16:21
Leviticus 1:4
Hij moet zijn hand op de kop van het offerdier leggen, dan zal zijn offer worden aanvaard als verzoening.
Gerelateerd aan Leviticus 16:21
Leviticus 26:40
Wanneer zij echter hun zonden en die van hun voorouders openlijk uitspreken, namelijk dat ze mij ontrouw zijn geweest en bovendien tegen mij in zijn gegaan
Gerelateerd aan Leviticus 16:21
Leviticus 5:5
De betreffende persoon moet, zodra hij zich van zijn schuld bewust wordt, openlijk uitspreken wat hij misdaan heeft
Gerelateerd aan Leviticus 16:21
Daniel 9:3
Ik wendde mij tot God, de Heer, en gaf me over aan gebed en smeekbeden, al vastend en rouwend.
Gerelateerd aan Leviticus 16:21
Ezra 10:1
En terwijl Ezra bad en schuld beleed, en zich wenend neerwierp voor Gods tempel, kwam er een zeer grote menigte Israëlitische mannen en vrouwen en kinderen om hem heen staan. Zij huilden bitter.
Gerelateerd aan Leviticus 16:21
Romeinen 10:10
Als uw hart gelooft, zult u rechtvaardig worden verklaard; als uw mond belijdt, zult u worden gered.
Gerelateerd aan Leviticus 16:21
Exodus 29:10
Laat de stier naar de ontmoetingstent brengen en laat Aäron en zijn zonen hun hand op de kop van de stier leggen.