SV
13En van het gevogelte zult gij deze verfoeien, zij zullen niet gegeten worden, zij zullen een verfoeisel zijn: de arend, en de havik, en de zeearend,
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV
13And these are they which ye shall have in abomination among the fowls; they shall not be eaten, they are an abomination: the eagle, and the ossifrage, and the ospray,
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version