Gerelateerd aan Leviticus 10:16
Gerelateerd aan Leviticus 10:16
Leviticus 9:3
Zeg tegen de Israëlieten: "Haal een bok voor het reinigingsoffer, en voor het brandoffer een eenjarige stier en een eenjarige ram zonder enig gebrek.
Gerelateerd aan Leviticus 10:16
Leviticus 9:15
Daarna liet Aäron de offers van het volk bij zich brengen. Hij slachtte de bok die voor het reinigingsoffer van het volk bestemd was en droeg het op dezelfde wijze op als zijn eigen reinigingsoffer.
Gerelateerd aan Leviticus 10:16
Numeri 12:3
Nu was Mozes een zeer bescheiden man-niemand op de hele wereld was zo bescheiden als hij.
Gerelateerd aan Leviticus 10:16
Leviticus 6:30
(6:23) Maar reinigingsoffers waarvan het bloed naar de ontmoetingstent is gebracht om te worden gebruikt voor de verzoeningsrite in het heiligdom zelf, mogen niet gegeten worden; ze moeten worden verbrand.
Gerelateerd aan Leviticus 10:16
Exodus 32:19
Dichter bij het kamp gekomen, zag hij het stierenbeeld en het gedans. Woedend smeet hij de platen aan de voet van de berg aan stukken.
Gerelateerd aan Leviticus 10:16
Leviticus 6:26
(6:19) Het vlees is bestemd voor de priester die het reinigingsoffer opdraagt. Het moet op een heilige plaats worden gegeten, binnen de omheining van de ontmoetingstent.
Gerelateerd aan Leviticus 10:16
Mattheüs 5:22
En ik zeg zelfs: ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Wie tegen hen “Nietsnut!” zegt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie “Dwaas!” zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan.
Gerelateerd aan Leviticus 10:16
Efeze 4:26
Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid,
Gerelateerd aan Leviticus 10:16
Markus 3:5
Hij keek hen boos aan, maar ook diepbedroefd vanwege hun hardleersheid, en toen zei hij tegen de man die in het midden stond: ‘Steek uw hand uit.’ Hij stak zijn hand uit en er kwam weer leven in.
Gerelateerd aan Leviticus 10:16
Markus 10:14
Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij.