Gerelateerd aan Klaagliederen 5:7

Gerelateerd aan Klaagliederen 5:7

Jeremia 16:12

En jullie hebben het nog erger gemaakt, want ieder van jullie laat zich nu leiden door zijn koppig en boosaardig hart in plaats van naar mij te luisteren.
Gerelateerd aan Klaagliederen 5:7

Ezechiel 18:2

'Waarom gebruiken jullie in Israël toch het spreekwoord: Als de ouders onrijpe druiven eten, krijgen de kinderen stroeve tanden?
Gerelateerd aan Klaagliederen 5:7

Exodus 20:5

Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten;
Gerelateerd aan Klaagliederen 5:7

Jeremia 31:29

Dan zal men niet meer zeggen: “Als de ouders onrijpe druiven eten, krijgen de kinderen stroeve tanden,”
Gerelateerd aan Klaagliederen 5:7

Jeremia 14:20

HEER, wij bekennen onze schuld, en de schuld van onze voorouders: wij hebben tegen u gezondigd.
Gerelateerd aan Klaagliederen 5:7

Mattheüs 23:32

Maak de maat van jullie voorouders dan maar vol!
Gerelateerd aan Klaagliederen 5:7

Job 7:8

Het oog dat op mij is gericht, zal niets zien: u kijkt naar mij, maar ik zal er niet zijn.
Gerelateerd aan Klaagliederen 5:7

Zacharia 1:5

Waar zijn ze nu, jullie voorouders? En de profeten, leven zij eeuwig voort?
Gerelateerd aan Klaagliederen 5:7

Jeremia 31:15

Dit zegt de HEER: In Rama hoort men klagen, bitter treuren. Rachel beweent haar zonen, zij wil niet worden getroost. Haar kinderen zijn er niet meer.
Gerelateerd aan Klaagliederen 5:7

Genesis 42:13

Ze zeiden nog eens: ‘Uw dienaren zijn met zijn twaalven, we zijn broers, zonen van dezelfde man uit Kanaän. De jongste is op dit moment bij onze vader, en één is er niet meer.’
Gerelateerd aan Klaagliederen 5:7

Job 7:21

Waarom negeert u mijn misstappen niet? Waarom gaat u niet voorbij aan mijn fouten? Weldra zal ik tot stof zijn vergaan, u zult naar me zoeken, maar ik zal er niet zijn.'
Gerelateerd aan Klaagliederen 5:7

Genesis 42:36

‘Jullie maken mij kinderloos, ‘verweet hij hun. ‘Jozef is er niet meer, Simeon is er niet meer, en nu willen jullie ook Benjamin nog bij me weghalen. Niets blijft me bespaard.’