Gerelateerd aan Klaagliederen 4:2

Gerelateerd aan Klaagliederen 4:2

Jeremia 19:11

en zeg tegen hen: Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Zo zal ik dit volk en deze stad stukslaan. Zoals iemand een kruik aan stukken slaat, zo zal ik Tofet treffen-onherstelbaar. Omdat er nergens anders plaats meer is, zullen ze hun doden zelfs in dit dal begraven.
Gerelateerd aan Klaagliederen 4:2

Jesaja 30:14

en breekt als de kruik van een pottenbakker, die zo meedogenloos wordt verbrijzeld dat er geen scherf meer over is waarmee vuur uit de haard gehaald of water uit een vat geschept kan worden.
Gerelateerd aan Klaagliederen 4:2

Romeinen 9:21

Heeft de pottenbakker niet de vrijheid om van dezelfde klomp klei zowel een kostbare vaas als een alledaagse pot te maken?
Gerelateerd aan Klaagliederen 4:2

2 Korinthe 4:7

Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God.
Gerelateerd aan Klaagliederen 4:2

Zacharia 9:13

Juda span ik als mijn boog, Efraïm richt ik als mijn pijl, en jouw zonen, Sion, hef ik als een heldenzwaard tegen de Grieken.
Gerelateerd aan Klaagliederen 4:2

Klaagliederen 5:12

Vorsten hebben ze opgehangen, de oudsten worden geminacht.
Gerelateerd aan Klaagliederen 4:2

Klaagliederen 2:21

Op straat liggen de lijken van mannen, jong en oud, mijn meisjes en mijn jongemannen zijn gevallen door het zwaard; u doodt hen op de dag van uw toorn, meedogenloos slacht u hen af.
Gerelateerd aan Klaagliederen 4:2

2 Timotheüs 2:20

In een groot huis zijn er niet alleen voorwerpen van goud en zilver, maar ook van hout en aardewerk. De eerste zijn voor bijzondere gelegenheden, de laatste voor dagelijks gebruik.
Gerelateerd aan Klaagliederen 4:2

Jeremia 22:28

Is Jechonja soms een afgedankte, stukgeslagen pot, is deze man een kruik die nergens meer toe dient? Waarom worden hij en zijn kinderen weggeworpen, verdreven naar een onbekend land?
Gerelateerd aan Klaagliederen 4:2

Jesaja 51:18

Er is niemand die je leidt, geen van de kinderen die je hebt gebaard; niemand die je bij de hand neemt, geen van de kinderen die je hebt grootgebracht.