Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Jeremia 7:20
Daarom, dit zegt God, de HEER: Ik stort over dit land, over de mensen, de dieren, de bomen en gewassen op het veld mijn grote woede uit. Alles zal branden, en niets zal worden geblust.
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Jesaja 42:25
Hij stortte zijn brandende toorn over hen uit in allesverterend krijgsgeweld. Ze waren omringd door vlammen, maar zagen niet in waarom, ze stonden in brand, maar trokken er geen lering uit.
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Ezechiel 24:25
'Mensenkind, op de dag dat ik hun vesting-hun stralende vreugde, hun liefste bezit, hun hartsverlangen-van hen wegneem, en ook hun zonen en dochters,
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Jeremia 21:5
Ikzelf zal met krachtige, sterke hand tegen jullie strijden, vervuld van grote woede en toorn.
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Klaagliederen 3:12
Hij spant zijn boog en kiest mij als doelwit voor zijn pijlen.
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Jeremia 30:14
Je minnaars zijn je vergeten, ze kijken niet meer naar je om. Ik was het die je sloeg, als een vijand, ik heb je meedogenloos gestraft, om je vele wandaden, om je talloze zonden.
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Job 6:4
De pijlen van de Ontzagwekkende steken in mij, mijn geest wordt door hun gif vergiftigd. Voor mij staat de slagorde van Gods verschrikkingen.
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Nahum 1:2
De HEER is een wrekende God, hij duldt niemand naast zich. De HEER is een woedende wreker, de HEER wreekt zich op zijn tegenstanders, hij richt zijn toorn op zijn vijanden.
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Ezechiel 36:18
Dus stortte ik mijn toorn over hen uit, vanwege al het bloed dat ze op het land hadden uitgestort, en vanwege de afgoden waarmee ze het hadden verontreinigd.
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Nahum 1:6
Wie houdt zich staande in zijn toorn? Wie houdt stand in de gloed van zijn woede? Zijn woede is als een laaiend vuur, rotsen spatten voor hem uiteen.
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
2 Kronieken 34:21
'Ga ter wille van mij en ter wille van het volk dat in Israël en Juda is overgebleven de HEER raadplegen over de inhoud van de boekrol die we gevonden hebben, want het kan niet anders of de HEER zal zijn hevige woede over ons uitstorten omdat onze voorouders zich niet hebben gehouden aan de woorden van de HEER en niet hebben nageleefd wat in dit boek geschreven staat.'
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Jesaja 63:6
Ik heb de volken in mijn woede vertrapt, met mijn toorn heb ik hen dronken gevoerd. Hun bloed liet ik op aarde neervloeien.
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Jeremia 36:7
Misschien zullen ze een smeekgebed tot de HEER richten en met hun kwalijke praktijken breken, want groot is het onheil waarmee de HEER dit volk in zijn toorn heeft gedreigd.’
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Klaagliederen 2:5
De Heer was een vijand voor hen: hij verwoestte Israël. Hij heeft de paleizen verwoest, de vestingen vernietigd. Hij heeft in heel Juda de jammerklachten vermeerderd.
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Job 16:12
Ik leefde onbedreigd, maar hij heeft me gebroken. Hij grijpt me bij de nek, hij smijt me neer. Hij dwingt me op te staan-zijn doelwit.
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Klaagliederen 4:1
Ach, hoe heeft het goud zijn glans verloren, het zuivere goud zijn kleur; het heilig gesteente ligt op elke straathoek uitgestrooid.
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Jesaja 63:10
Maar zij zijn in opstand gekomen en hebben zijn heilige geest gekrenkt. Daarom werd hij hun tot vijand en bond hij de strijd met hen aan.
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Jesaja 51:17
Word wakker, word wakker, Jeruzalem, sta op! De HEER heeft je laten drinken uit de beker van zijn toorn; je hebt uit die kelk gedronken, de beker die je zo heeft bedwelmd tot de bodem leeggedronken.
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Jeremia 4:4
Laat je besnijden voor de HEER, ontdoe je van de voorhuid van je hart, inwoners van Juda en Jeruzalem. Anders slaat zijn toorn uit als een vuur, een brand die niet te blussen is, vanwege jullie kwalijke praktijken.
Gerelateerd aan Klaagliederen 2:4
Klaagliederen 3:3
Tegen mij heft hij zijn hand op, steeds opnieuw, dag na dag.
1
2