Gerelateerd aan Klaagliederen 1:22
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:22
Jeremia 8:18
‘Mijn lach versluiert mijn verdriet, mijn hart is ziek.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:22
Psalmen 109:14
Dat de schuld van zijn voorouders de HEER in gedachte blijft, de zonde van zijn moeder niet wordt uitgewist,
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:22
Nehemia 4:4
(3:36) Hoor, onze God, hoe wij worden veracht! Laat hun hoon op hun eigen hoofd neerkomen. Voer hen weg in ballingschap, geef hen prijs aan plunderaars.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:22
Klaagliederen 5:17
Dit is wat ons hart zo ziek maakt, en onze ogen troebel:
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:22
Openbaring 6:10
Ze riepen luid: 'O heilige en betrouwbare Heer, wanneer zult u de mensen die op aarde leven eindelijk straffen en ons bloed op hen wreken?'
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:22
Efeze 3:13
Ik vraag u dan ook de moed niet te verliezen wanneer ik lijd omwille van u, want daaraan kunt u eer ontlenen.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:22
Jesaja 13:7
Daarom trillen alle handen en verweekt ieders hart van angst.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:22
Jeremia 10:25
Stort uw woede uit over volken die u niet kennen, over naties die uw naam niet aanroepen, want zij verslinden Jakobs volk, laten er niets van over, en zijn weidegrond verwoesten zij.’
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:22
Jeremia 18:23
HEER, u kent hun moorddadige plannen tegen mij. Dek hun misdaden niet toe, wis hun zonden niet uit. Laat hen voor uw ogen bezwijken, reken met hen af als uw toorn losbreekt.’
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:22
Lukas 23:31
Want als dit gebeurt met het jonge hout, wat zal het verdorde hout dan niet te wachten staan?’
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:22
Jeremia 51:35
“Moge Babel boeten voor het onrecht dat het ons heeft aangedaan, voor het voedsel dat het ons ontstolen heeft, ”roepen Sions inwoners. “Moge de bevolking van Chaldea boeten voor het bloed dat ze vergoten heeft, ”roept Jeruzalem.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:22
Psalmen 137:7
Gedenk, HEER, de dag van Jeruzalems val, toen het volk van Edom zei: 'Neer met die stad, neer, maak haar met de grond gelijk.'
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:22
Klaagliederen 1:13
Hij liet uit de hoogte vuur neerdalen, dat in mijn gebeente brandt. Hij spande een valstrik voor mij, hij deed mij terugdeinzen. Hij verwoestte mijn leven en maakte me ziek, dag na dag.