Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Psalmen 6:6
(6:7) Moe ben ik van zuchten, elke nacht is mijn kussen nat, mijn bed doorweekt van tranen.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Micha 7:5
Geloof je naaste niet, vertrouw je vriend niet, let op je woorden, ook bij wie er in je armen ligt.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Klaagliederen 1:19
Ik riep om mijn minnaars, maar zij lieten mij in de steek. Mijn priesters en oudsten zijn in de stad omgekomen, zoekend naar voedsel om in leven te blijven.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Psalmen 77:2
(77:3) Op de dag van mijn nood zoek ik de Heer, bij nacht hef ik mijn handen, rusteloos, mijn ziel laat zich niet troosten.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Klaagliederen 1:21
Hoor toch hoe ik zucht, er is niemand die mij troost. Al mijn vijanden hoorden van mijn rampspoed en juichten uw daden toe: de dag die u had bepaald, brak aan. -Laat hen nu delen in mijn lot!
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Jeremia 30:14
Je minnaars zijn je vergeten, ze kijken niet meer naar je om. Ik was het die je sloeg, als een vijand, ik heb je meedogenloos gestraft, om je vele wandaden, om je talloze zonden.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Ezechiel 23:22
Daarom-dit zegt God, de HEER: Ik zet je minnaars, van wie je een afkeer hebt gekregen, tegen je op; ik laat ze overal vandaan naar je optrekken:
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Jeremia 22:20
Beklim de Libanon en schreeuw het uit, verhef je stem in Basan, schreeuw het uit vanaf de Abarim, want al je minnaars zijn verslagen.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Psalmen 31:11
(31:12) Bij allen die mij belagen wek ik de lachlust, bij mijn buren nog het meest. Wie mij kennen zijn verbijsterd, wie mij zien aankomen op straat wenden zich af en ontvluchten mij.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Klaagliederen 1:16
Hierom ween ik, hierom baden mijn ogen in tranen. Oneindig ver weg is mijn trooster, die mij levenskracht geeft. Mijn kinderen zijn verbrijzeld, want groot was de overmacht van de vijand.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Jeremia 4:30
Jij, Juda, bent tot ondergang gedoemd, wat wil je nu nog doen? Al ga je gekleed in scharlaken, al ben je met goud getooid, al maak je je ogen op, tevergeefs maak je je mooi. Je wordt door je minnaars verworpen, ze staan je naar het leven.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Klaagliederen 1:9
Haar onreinheid kleeft aan de zoom van haar kleed. Dit einde had ze niet voorzien. Ontstellend diep is zij gezonken, er is niemand die haar troost. -HEER, zie toch mijn nood, zie hoe de vijand zich verheft.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Jeremia 9:1
(8:23) Ach, was mijn hoofd maar een waterval, mijn oog een bron van tranen: dag en nacht zou ik huilen over de doden van mijn volk. Ach, had ik maar een nachtverblijf in de woestijn. Ik zou mijn volk verlaten, van hen weggaan.’ ‘Ze zijn allen even trouweloos, het is een bende bedriegers.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Job 19:13
Mijn verwanten heeft hij van mij verwijderd, ik word verloochend door mijn vrienden.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Jeremia 13:17
Als jullie niet naar deze oproep luisteren, zal ik eenzaam huilen om jullie hoogmoed, dan vergiet ik vele tranen, dan zullen mijn ogen in tranen baden, want de kudde van de HEER wordt weggevoerd.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Jeremia 9:17
Zeg: Laten ze zich haasten om voor ons een klaaglied te zingen. Dan vloeien onze tranen, dan baden onze ogen in water.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Job 6:15
Maar mijn vrienden zijn onbetrouwbaar, als beken die voorbijstromen,
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Job 7:3
Maanden van leegte heb ik ervaren, nachtenlang werd ik door ellende overmand.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Openbaring 17:13
Ze hebben allemaal hetzelfde doel voor ogen en dragen hun macht en gezag over aan het beest.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:2
Jeremia 3:1
De HEER sprak: ‘Als een man van zijn vrouw scheidt en zij bij hem weggaat en de vrouw van een ander wordt, kan hij haar dan terugnemen? Wordt er dan geen smet op het land geworpen? Maar jij hebt met talloze minnaars overspel gepleegd, en je wilt toch weer bij me terugkomen? -spreekt de HEER.
1
2