Gerelateerd aan Klaagliederen 1:19

Gerelateerd aan Klaagliederen 1:19

Klaagliederen 1:2

Heel de nacht weent zij, haar wangen zijn nat van tranen. Er is niemand die haar troost, niemand van haar vele minnaars; geen vriend bleef haar trouw, allen zijn haar vijandig gezind.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:19

Klaagliederen 1:11

Alle inwoners zuchten en steunen, op zoek naar wat brood, ze ruilen hun kostbaarheden voor voedsel, om weer levenskracht te krijgen. -HEER, zie mij, merk toch op hoezeer ik word veracht.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:19

Klaagliederen 2:20

HEER, zie mij, merk toch op wie u dit aandoet. Moeten vrouwen de kinderen eten die ze zelf hebben gebaard? Moeten priester en profeet worden gedood in het heiligdom van de Heer?
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:19

Job 19:13

Mijn verwanten heeft hij van mij verwijderd, ik word verloochend door mijn vrienden.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:19

Jeremia 14:15

Daarom-dit zegt de HEER over de profeten die ik niet gezonden heb, maar die in mijn naam profeteren dat dit land niet door het zwaard en de honger zal worden getroffen: Zij zullen zelf door het zwaard en de honger omkomen.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:19

Klaagliederen 5:12

Vorsten hebben ze opgehangen, de oudsten worden geminacht.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:19

Jeremia 27:13

Waarom zouden u en uw volk sterven door het zwaard, de honger en de pest? Want daarmee heeft de HEER ieder volk gedreigd dat zich niet aan de koning van Babylonië wil onderwerpen.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:19

Jeremia 30:14

Je minnaars zijn je vergeten, ze kijken niet meer naar je om. Ik was het die je sloeg, als een vijand, ik heb je meedogenloos gestraft, om je vele wandaden, om je talloze zonden.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:19

Jeremia 37:7

‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Zeg tegen de koning van Juda, die jullie heeft gestuurd om mij te raadplegen, dat het leger van de farao, dat jullie te hulp komt, naar Egypte zal terugkeren.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:19

Jeremia 2:28

Waar zijn dan je goden, die jullie zelf gemaakt hebben? Die moeten je maar redden uit je nood. Je hebt toch, Juda, evenveel goden als steden?
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:19

Klaagliederen 4:17

We zien aldoor smachtend uit naar hulp-tevergeefs. We staan op de uitkijk, maar het volk waarnaar wij uitzien brengt geen redding.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:19

Jeremia 23:11

Want profeten en priesters zijn verdorven, zelfs in mijn tempel moet ik hun wangedrag aanzien- spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Klaagliederen 1:19

Klaagliederen 4:7

Ooit waren Sions vorsten smettelozer dan sneeuw, glanzender dan melk, roder dan koraal was hun lichaam, als saffier hun verschijning;