Gerelateerd aan Jozua 4:1-24

Gerelateerd aan Jozua 4:1

Deuteronomium 27:2

En op de dag dat u de Jordaan oversteekt om het land binnen te gaan dat de HEER, uw God, u zal geven, moet u daar aan de overkant grote stenen oprichten. Nadat u daarop een kalklaag hebt aangebracht,
Gerelateerd aan Jozua 4:1

Jozua 3:17

De priesters die de ark van het verbond met de HEER droegen, bleven precies in het midden van de bedding van de Jordaan staan, terwijl heel Israël overtrok, tot de laatste man.
Gerelateerd aan Jozua 4:2

Jozua 3:12

Kies nu twaalf mannen, één uit elke stam van Israël.
Gerelateerd aan Jozua 4:2

Numeri 1:4

Uit elke stam moet iemand die aan het hoofd van een familie staat jullie daarbij behulpzaam zijn.
Gerelateerd aan Jozua 4:2

Mattheüs 10:1

Daarop riep hij zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om onreine geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen.
Gerelateerd aan Jozua 4:2

Numeri 34:18

Wijs in elke stam iemand aan die de leiding heeft bij de verdeling van het land.
Gerelateerd aan Jozua 4:2

Numeri 13:2

'Stuur er een aantal mannen op uit om Kanaän, het land dat ik de Israëlieten geven zal, te verkennen. Kies daartoe uit elke stam ‚‚n man, een familiehoofd.'
Gerelateerd aan Jozua 4:2

Deuteronomium 1:23

Ik vond dat een goed voorstel en koos twaalf mannen uit, één per stam.
Gerelateerd aan Jozua 4:2

1 Koningen 18:31

Hij nam twaalf stenen, evenveel als het aantal stammen van Israël, de nakomelingen van de zonen van Jakob, tot wie de HEER had gezegd: 'Israël is je nieuwe naam.'
Gerelateerd aan Jozua 4:3

Jozua 4:19

Het volk bereikte de overkant van de Jordaan op de tiende dag van de eerste maand, en het sloeg zijn kamp op bij Gilgal, dat oostelijk van Jericho ligt.
Gerelateerd aan Jozua 4:3

Jozua 3:13

Op het moment dat de priesters die de ark van de HEER dragen, de Heer van de hele aarde, de Jordaan in gaan, zal de stroom tot stilstand komen en zal het water oprijzen als een dam.'
Gerelateerd aan Jozua 4:3

Jozua 4:8

De mannen deden wat Jozua hun had gezegd. Ze haalden twaalf stenen uit de Jordaan, één voor elke stam, zoals de HEER aan Jozua had opgedragen. Ze droegen de stenen met zich mee naar hun kamp en legden ze daar neer.
Gerelateerd aan Jozua 4:3

Psalmen 11:4

De HEER in zijn heilig paleis, de HEER op zijn troon in de hemel, met aandacht beziet hij en fronsend keurt hij de mensen op aarde.
Gerelateerd aan Jozua 4:3

Jozua 24:27

'Deze steen, 'zei hij tegen het volk, 'is getuige, want hij heeft alles gehoord wat de HEER tegen ons heeft gezegd. Hij is dus getuige opdat u uw God niet afvallig wordt.'
Gerelateerd aan Jozua 4:3

1 Samuel 7:12

Na afloop plaatste Samuël tussen Mispa en Sen een steen en noemde die Eben-Haëzer. 'Want, 'verklaarde hij, 'tot hier toe heeft de HEER ons geholpen.'
Gerelateerd aan Jozua 4:3

Psalmen 103:2

Prijs de HEER, mijn ziel, vergeet niet één van zijn weldaden.
Gerelateerd aan Jozua 4:3

Genesis 28:22

Deze steen die ik gewijd heb, zal dan een huis van God worden-en ik beloof dat ik u dan een tiende deel zal afstaan van alles wat u mij geeft.’
Gerelateerd aan Jozua 4:3

Deuteronomium 27:1

Mozes droeg, samen met de oudsten van Israël, het volgende aan het volk op: ‘Leef alle geboden na die ik u vandaag gegeven heb.
Gerelateerd aan Jozua 4:3

Lukas 19:40

Maar hij antwoordde: ‘Ik zeg u: als zij zouden zwijgen, dan zouden de stenen het uitschreeuwen.’
Gerelateerd aan Jozua 4:4

Markus 3:14

Hij stelde twaalf van hen aan als apostel; ze moesten hem vergezellen, en hij wilde hen ook uitzenden om het goede nieuws bekend te maken.
1
2
3
4
5
6
7
Volgende