Gerelateerd aan Jona 4:8

Gerelateerd aan Jona 4:8

Psalmen 121:6

overdag kan de zon je niet steken, bij nacht de maan je niet schaden.
Gerelateerd aan Jona 4:8

Jona 4:3

Laat mij maar sterven, HEER: ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.'
Gerelateerd aan Jona 4:8

Ezechiel 19:12

Toen werd de wijnstok in woede uitgerukt en op de aarde neergeworpen; de oostenwind verschroeide zijn druiven, zijn takken werden afgerukt en verdroogden, de sterkste werd door het vuur verteerd.
Gerelateerd aan Jona 4:8

Jesaja 49:10

Ze zullen dorst noch honger lijden, de zinderende hitte zal hen niet kwellen en de zon zal hen niet steken, want hij die zich over hen ontfermt, zal hen leiden en hen naar waterbronnen voeren.
Gerelateerd aan Jona 4:8

Openbaring 3:19

Iedereen die ik liefheb wijs ik terecht en bestraf ik. Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu leidt.
Gerelateerd aan Jona 4:8

Jona 1:17

(2:1) De HEER liet Jona opslokken door een grote vis. Drie dagen en drie nachten zat Jona in de buik van de vis.
Gerelateerd aan Jona 4:8

Psalmen 39:9

(39:10) Ik zei niets, opende mijn mond niet, want u was het die mij dit alles aandeed.
Gerelateerd aan Jona 4:8

2 Samuel 15:25

De koning zei tegen Sadok: 'Breng de ark van God terug naar de stad. Als de HEER me gunstig gezind is, zal hij zorgen dat ik terugkeer en de ark terugzie op zijn eigen plaats.
Gerelateerd aan Jona 4:8

Jona 1:4

Maar de HEER wierp een hevige storm op de zee, en de zee werd zo wild dat het schip dreigde te breken.
Gerelateerd aan Jona 4:8

Leviticus 10:3

Mozes zei tegen Aäron: 'Dit bedoelde de HEER toen hij zei: "Door degenen die in mijn nabijheid verkeren, toon ik mijn heiligheid. Het hele volk maak ik getuige van mijn majesteit."' Aäron zweeg.
Gerelateerd aan Jona 4:8

Openbaring 7:16

Dan zullen ze geen honger meer lijden en geen dorst, de zon zal hen niet meer steken, de hitte hen niet bevangen.
Gerelateerd aan Jona 4:8

Hooglied 1:6

Kijk niet op mij neer omdat ik donker ben, omdat de zon mij heeft gebrand. Mijn moeders zonen waren hard voor mij: ik moest hun wijngaarden bewaken. Mijn eigen wijngaard heb ik niet bewaakt.
Gerelateerd aan Jona 4:8

1 Samuel 3:18

Zonder iets achter te houden vertelde Samuël hem alles wat hij had gehoord, en Eli zei: 'Hij is de HEER. Laat hij doen wat hij het beste vindt.'
Gerelateerd aan Jona 4:8

Jona 4:6

Nu liet God, de HEER, een wonderboom opschieten om Jona schaduw boven zijn hoofd te geven en zijn ergernis te verdrijven. Jona was opgetogen over de plant.
Gerelateerd aan Jona 4:8

Job 2:10

Maar Job zei tegen haar: 'Je woorden zijn de woorden van een dwaas. Al het goede aanvaarden we van God, zouden we dan het kwade niet aanvaarden?' Ondanks alles zondigde Job niet en sprak hij geen onvertogen woord.