Gerelateerd aan Jona 1:8

Gerelateerd aan Jona 1:8

1 Samuel 30:13

Daarna vroeg David hem bij wie hij hoorde en waar hij vandaan kwam, en hij antwoordde: 'Ik ben een Egyptenaar, de slaaf van een Amalekiet. Toen ik drie dagen geleden ziek werd, heeft mijn meester me achtergelaten.
Gerelateerd aan Jona 1:8

Genesis 47:3

‘Wat is uw beroep?’ vroeg de farao, en zij antwoordden: ‘Wij zijn schaapherders, net als onze voorouders.’
Gerelateerd aan Jona 1:8

Jozua 7:19

Jozua zei tegen hem: 'Kom, Achan, eerbiedig de HEER, de God van Israël, en leg voor hem een bekentenis af. Zeg me wat je hebt gedaan. Houd het niet voor me verborgen.'
Gerelateerd aan Jona 1:8

Jakobus 5:16

Beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u genezen. Want het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet.
Gerelateerd aan Jona 1:8

1 Samuel 14:43

'Zeg op, wat heb je gedaan?' vroeg Saul. Jonatan vertelde dat hij inderdaad met de punt van zijn stok wat honing had geproefd en zei: 'Ik ben bereid te sterven.'